BUUV. in Nijmegen: een licht interieur met een vrolijke knipoog naar toen

- 09 October 2021 door Edwin Timmers -

Ik weet niet waar naartoe, maar Google Maps helpt me ongetwijfeld op weg. Inzoomend op de digitale kaart van Nijmegen verschijnen steeds meer namen van horeca-zaken. Ik klik op de naam BUUV. en scrol vervolgens door de foto’s links op het beeldscherm. Goeie sfeer op een zonnig terras, mooi pand ook. Ik weet waar ik naartoe ga, want als het buiten okay is, wil ik het interieur zien.

Hoe noem je een kroeg van waaruit je zicht hebt op het Goffertpark? Denk gerust even na, dan ga ik ondertussen verder. BUUV ligt aan de oostkant van het park. De naam duidt op de buurt – die blij was met de komst van een nieuwe kroeg nabij – en op het vertrouwelijke dat het woord buurvrouw in zich heeft. De uitbaters zeggen dat de v in buuv voor verbinding staat. Dat wil ik graag geloven, maar buuf met een v is evengoed een sterke zoekterm. Tik ‘m in en je weet waar je moet zijn.

Het bedenken van een kroegnaam lijkt me best spannend. Je wilt er een die beklijft, liefst tot aan je pensioen. Misschien vind je Café De Zuipschuit vandaag grappig, maar of je dat over tien jaar nog altijd vindt, valt te bezien. Voor mijn eigen kroeg heb ik er al een. Een sterke naam, al zeg ik het zelf. Toch verklap ik ‘m hier niet omdat ik vrees dat een ander ermee gaat lopen. Bovendien heb ik op dit moment geen horeca-ambitie, dat wil zeggen: ik blijf voorlopig liever stamgast. Hoe het ook zij, in het pand waarin sinds jongstleden juni BUUV zit, zat tot 2014 Café Goffertzicht. Dit café was de indrink- en uitdrinkplek voor hondstrouwe NEC-supporters. Burgemeester Bruls van Nijmegen sloot de tent om voor mij onduidelijke redenen. Google praat je hierover geheid bij, mocht het je interesseren.

Het regent pijpenstelen, goed voor het park. Ik word er blij van. Geen mens op het terras van BUUV. Bij de entree wacht een jonge vrouw in een roze sweater me op voor de coronacheck. Ik mag verder. Vooraan, aan een hoog tafeltje bij het raam, zit een andere jonge vrouw wier ogen op die van mijn dochter lijken. Verbaasd wil ik haar naam roepen, maar ik heb het mis, zie ik als ze haar hoofd opricht. Ze werkt op een laptop, tenminste, ik denk dat ze werkt, want waarom anders die laptop. Aan de bar tegenover haar werkt een bebaarde man aan een laptop.  

BUUV is een vrij diepe, doch smalle zaak. Er valt veel licht binnen door de grote ramen. Omdat de zaak smal is, laat het daglicht geen hoekje ongemoeid, met uitzondering van de bar, die daarom van boven middels kunstlicht is uitgelicht.

Ik loop naar achter, neem plaats aan een hoog tafeltje aan het raam en kijk naar buiten. Op het terras staat een fraai allegaartje aan stoelen. Een allegaartje is vele malen boeiender dan honderd exemplaren van één standaardmodel horecastoel. Het terras is begrensd door een iets meer dan kniehoog bakstenen muurtje. Zo’n muurtje bewijst zijn multifunctionaliteit op volle-terras-dagen. Gasten kunnen er dan op zitten en kunnen hun drankje erop kwijt. Drie grote vierkante parasols houden zowat het hele terras droog. Ze zijn onderling verbonden middels een ietwat doorhangend stuk canvas zeil, dat nu fungeert als goot. Heel slim, nog nooit gezien.

De vrouw met roze sweater vraagt wat ik wil. Koffie wil ik en een taartje. Ze noemt een drietal gebaksoorten op en eindigt met bananenboot. Ik kan een lach niet onderdrukken. Bananenboot? Ze lacht met me mee. Ik doe een lemon-kokoscake.

Op de wand achter me is een schildering aangebracht, een aandachttrekker die knipoogt naar de tachtiger jaren vorige eeuw. Ik denk en ik denk, want iets in de schildering pingelt aan een herinnering. Het is het ratjetoe aan dessins, het zijn de kleuren. Onderling stoot het elkaar af en toch vormt het één geheel. Ik reis door mijn geheugen en opeens is het daar: de schildering refereert aan het design van de Italiaanse Memphis Groep. Het ratjetoe aan dessins zou je postmodern kunnen noemen – een van de kenmerken van de Memphis Groep, die haar inspiratie haalde uit de popart en de art deco. Niet verwacht dat ik het teruggrijpen naar dit design nog zou meemaken. De blauwgrijs-roze stoffering van de lange lage bank tegen dezelfde wand past er trouwens goed bij.

De man met laptop aan de bar draagt een zwart T-shirt met bedrijfslogo en blijkt dus personeel te zijn. Samen met hem zijn er nu vier werkkrachten op een gastenschare van vier, wat een hoge bezetting is en wel moet betekenen dat ze veel meer gasten verwachten. Een fijn gegeven voor een nieuwe zaak.

Twee verregende jonge colporteurs van Stichting Vluchteling lopen het terras op. Bij de entree worden ze gecheckt en met aandacht ontvangen. Ze willen wel iets warms. Iedereen begrijpt dat. Ze nemen plaats aan een tafel achter me. “Ondanks de regen toch vrolijk blijven,” zegt een van hen terwijl hij zijn natte jack over de rugleuning hangt, “dat werkt altijd als je bij iemand aan de deur staat.” De serveerster die zich aan hun tafel meldt, kent een van de jongemannen. Ze maken een praatje over werken en roken in de horeca; roken kan niet overal. Ook vertelt de jongeman dat ze dagelijks van half elf tot half negen de deuren langs gaan. De serveerster knikt en vraagt wat het mag zijn. De stoutste jongeman verzoekt haar alle biersoorten uit het hoofd op te noemen. Ze noemt er een stuk of vijf. De jongemannen willen de eerste, een Cornet. En elk een portie bitterballen. Dat zal het warme zijn waar ze bij binnenkomst naar verlangden.

Ik draai me naar hen toe en vraag hen of hun werkdagen werkelijk zo lang zijn. Ja, dat zijn ze, maar ze doen het graag, want voor de goede zaak, vrouwen in Afghanistan om precies te zijn. De mondigste van de twee pretendeert in zijn verhaal dat hij werkelijk vanuit betrokkenheid bij die problematiek de deuren langs gaat, zes dagen in de week. Dat geloof ik niet, omdat ik weet dat het zo niet werkt. Ze hebben een prima uurloon en hebben hun verhaaltje goed geoefend. We praten wat over Nijmegen, over waar ze wonen en ondertussen weet ik dat een van hen, waarschijnlijk de mondigste, me zo meteen zal vragen of ik niet ook wat wil doen voor de vrouwen in Afghanistan. En ja, daar probeert hij het, terecht, vanuit zijn acquisiteursrol die niet gespeend is van een door mij zeer gewaardeerde zelfverzekerde jeugdige bravoure. Ik lieg dat Stichting Vluchteling mij bekend is en jaarlijks een kleine som geld van me ontvangt. Dat vindt de jongeman heel goed en daarmee is de kous af. We groeten elkaar vriendelijk en ik loop naar voren om te betalen. Ik maak een foto van de lampen boven bar. De man van de bediening legt me uit dat ze die zelf maakten naar het voorbeeld van een best prijzige designlamp. Het basisidee van de lamp is een holle bundel van defecte tl-lampen waarin drie led-peertjes hangen. Door het witte poeder in de tl-buizen wordt het licht dat er doorheen schijnt aangenaam diffuus. Mooi.

Het is tien over drie in de middag. Ik zou het voorbeeld van de colporterende jongemannen willen volgen. Niet het langs de deuren gaan, wel het drinken van een Cornet. Eentje dan? Nee, geentje.

Thuis lees ik op BUUV’s website dat ze dagelijks vers bananenbrood hebben.

terug

ze

verwachten

veel

gasten

Inspiratie voor je interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Inspiratie voor ondernemers Out of the box denken Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Gastvrijheid terug