Café Wunderkammer: Een interieur als wonderkamer

- 14 October 2020 door John van Niftrik -

‘De helft van alle nieuwe horecagelegenheden stopt binnen vijf jaar,’ begint een krantenartikel over het springlevende Nijmeegse Café Wunderkammer. Een ander artikel meldt dat Nederland volgens het CBS op 1 januari van dit jaar 68.700 horecavestigingen had. Het hoogste aantal ooit. ‘In heel Nederland groeide het aantal horecavestigingen in tien jaar tijd met 38 procent.’ Horecagelegenheden komen en gaan. In de cijfers over 2020 zal ongetwijfeld een coronadip te zien zijn. Dat stemt droevig. Een goed medicijn tegen die gemoedstoestand is horecabezoek. Mijn dochter nam me mee naar twee Nijmeegse zaken waarvan ze wist dat ik er nog niet eerder geweest was. Ze blijkt te weten wat me aanspreekt.

Philipse Koffie & Brocante is sinds 2013 gevestigd in een voormalig kanunnikenhuisje nabij de Stevenskerk. Ik vind kannunik een bijzonder woord. Het lijkt te zijn samengesteld uit het Duitse woord voor konijn en het Nederlandse woord monnik. Ik probeer me een aaibare geestelijke of een monnik met een bonthuid voor te stellen. Dat lukt, maar hoeft niet, want een kannunik is gewoon een kloosterling. De huisjes waarin ze woonden zijn inmiddels oud en dus perfect voor horecazaken met licht nostalgische interieurs. Het nostalgische zit ‘m bij Philipse in de brocante, oftewel tweedehands curiosa, oftewel merkwaardige oude spullen die vanwege hun vreemdheid de aandacht trekken. Porseleinen panters en iele stellingkasten van voor het Ikea-tijdperk.

Er klinkt muziek, aangenaam zacht. Op de muziek drijven de gesprekken van de rustig keuvelende gasten. Thee en koffie worden geschonken in kopjes van dun porselein. Kopjes van oma, denk ik. Het hoge, uit balken, dwarsliggers en dikke planken vervaardigde plafond is, net als de wanden, zeegroen. Mild daglicht komt van twee kanten de zaak binnen. Het zeegroen en het daglicht wekken de waan van een theehuis aan de Engelse zuidkust. Nijmegen is toch al geen überhectische stad, maar bij Philipse is de rust haast te snijden en per liter in je rugzak mee te nemen. Bestek tikt gedecideerd.

We zitten in een hoek. In de tegenovergelegen hoek, in een loomlogge groenleren bank spelen een jongeman en dito vrouw Trivial Pursuit. Ik weet het antwoord op een van de vragen, maar houd me in. Het is hun spel. De serveerster vraagt of we nog wat willen drinken bij onze lunch. Ik pak de kaart erbij. “Ze hebben hier geen bier of klare,” haast mijn dochter zich te zeggen. “Dat had ik je misschien vooraf moeten vertellen.” Mijn hoofd begint te gloeien; ze heeft me door. “Maakt me niet uit hoor,” lieg ik en bestel nog een koffie. Er zit geen stress in het interieur van Philipse. Ik kom hier terug.

Hemelsbreed ligt Philipse op net geen 170 meter van café Wunderkammer, aldus Google Maps. Maar een stadscentrum is geen open vlakte. Toch is het niet ver. Nieuwsgierig loop ik de korte gang in en meteen loop ik weer naar buiten om plaats te maken voor twee vertrekkende gasten. Elkaar passeren in een smalle gang kan namelijk niet meer. Ik ga opnieuw de gang in. Bij de deur aan het einde ervan dienen we te wachten op groen licht van de bedienende jongeman. Hij kijkt de zaak in en wrijft even over zijn kin. Ja, er is plek voor ons.

Het plafond van café Wunderkammer is in de bruine latex gezet en voor de wanden is goud-metallic gebruikt die volgens een van de oprichters toevallig in de aanbieding was. Deze relatief donkere, sfeerbepalende kleuren lijken zich terug te trekken en dringen daardoor alle andere interieurelementen naar het blikveld van de bezoeker. Er zijn hier dan ook best veel curieuze dingen te zien. De Duitse naam van het café verwijst naar het Nederlandse equivalent: het rariteitenkabinet, waarvan elke welgestelde kosmopoliet er in de voorbije eeuwen minstens een in zijn huis had staan. Een rariteitenkabinet is een kast waarin merkwaardige spullen worden getoond die vanwege hun vreemdheid de aandacht trekken. Wunderkammer heeft een aantal van die kabinetten. Jammer dat ze er geen foto’s van op hun website hebben.

We nemen plaats aan een grote tafel met duizenden gaatjes in het blad. Het lijken brandgaatjes. Sigarettenpeuken? Zou kunnen, maar de associatie met de lastafel van mijn vader is sterker. Ik vermoed dat de tafel ooit stond in het praktijklokaal van een technische school, wat me doet denken aan een verhaal dat een vriend me ooit vertelde. Eind zeventiger jaren vorige eeuw zat hij op de LTS. Het lerarencorps kreeg op zeker moment versterking van een vrouwelijke collega, de enige vrouw in hun team. Alle leerlingen waren weg van haar. Als ze tijdens pauzes over het schoolplein liep verlustigden honderden jongemannenogen zich aan haar verschijning. Dit ging ver. De jongen die stond te masturberen toen ze op een herfstachtige dinsdagmiddag voorbijliep, werd onder het mom van bar slechte studieresultaten van school verwijderd. Het geheugen is een rariteitenkabinet.

Mijn dochter mag zich voortaan bestuurskundige en politicoloog noemen. Daar drink ik een Duvelke op. Mijn dochter drinkt mee, ofschoon een ander bier dat als speciaal op de kaart staat. De serveerder is een vlotte vent. Hij runt de tent op dit moment alleen en zonder te rennen. Niet dat het stervensdruk is, maar de serveerafstanden zijn aanzienlijk. Wunderkammer is een ruime zaak en corona reduceerde het aantal tafels met zeker de helft, tafels die toch allemaal belopen moeten worden, ook die, die trappetje op in de verhoogde achterkamer staan. Ondertussen blijven mijn ogen plakken op de grote kast achter de bar.

De bar op zich is al heel fraai, mede door de smalle multiplex delen op het voorpaneel. Multiplex (18 mm dik) is ook het materiaal waarmee de kast is gebouwd. De kast is feitelijk gewoon een verzameling van vakken. Maar deze vakken hebben niet allemaal dezelfde diepte. Sommige vakken steken ietsjes vooruit en andere vallen ietsjes terug. Simpel, zou de leek zeggen, kwestie van stapelen. Maar precies dat (stapelen) heeft de ontwerper niet gedaan. Zonder een zeer goed doordacht zaagplan had deze kast niet gemaakt kunnen worden. Zien is geloven. De wand erachter is betegeld met glanzend groen geglazuurde tegels. Ook mooi.

Wunderkammer bestaat sinds 2016. In een interview zegt een van de oprichters dat het interieur nooit af is, “eigenlijk is dat een on-going process”. Wat mij betreft gaan ze nog lang door met dit proces.

Bovenstaande schreef ik op voordat de horeca opnieuw dicht moest. In een artikel over muziekevenementen las ik dat het bezoeken ervan fundamenteel gaat om het samenzijn. “De muziek is het symbool dat een ritueel kanaliseert.” Het samenkomen en samenzijn is een ‘collectief ritueel’. Ik denk dat horecabezoek evengoed een collectief ritueel is. Het geeft het leven zin, is een uiting van zin in het leven. Vergelijk het met seks. Slechts een piepklein deel van alle seks is op de voortplanting gericht. Stel je een samenleving voor zonder seks en zie een uitgeblust en gefrustreerd collectief. Zo’n collectief stel ik me ook voor in een wereld zonder horeca.

 

terug

een

goed

doordacht

zaagplan

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur Unieke Meubels horeca inrichting Beleving in de horeca Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Café interieur Bruin café terug