Doggybag Streetfood: gastvrijheid in de openlucht

- 14 December 2020 door Edwin Timmers -

Het is min of meer donker. Al het licht is kunstlicht. Iemand moet een potje met hardlopers in fluorescerende kleding hebben opengetrokken. Ik tel er minstens vijftien. Ze warmen zich op, wat verstandig is bij een temperatuur rond het vriespunt. Op de parkeerplaats van het Osse Hotel De Naaldhof is nog net plek voor mijn kleine autootje. Op een paar meter van het hoge hotel staat een klein formaat zeecontainer met een opengeklapt uitventraam. Het gelige licht werkt als een magneet op de passant die warmte zoekt. In dit licht verschijnt een vriendelijk lachende Imro Buth, gekleed in een zwart kokspak. Aan weerskanten van het uitventraam prijkt het bedrijfslogo met de ijzersterke bedrijfsnaam: Doggybag - streetfood & drinks. Imro rondt net mijn bestelling af die ik een halfuur eerder vanuit de auto plaatste. Het ruikt heerlijk, mijn hongerige maag begint terstond ronkend te juichen. Gisteren sprak ik Imro in het hotelcafé van De Naaldhof. Zijn verhaal maakte me nieuwsgierig naar zijn culinaire kunsten. We reizen een dag terug in de tijd.

Ik ben iets te vroeg. De jonge vrouw achter de receptiebalie van De Naaldhof wijst me een plek in het hotelcafé en gaat op zoek naar Imro. Nippend aan de kop koffie die haar collega bracht, staar ik verrukt naar de kast met whisky’s achter de bar. Ik tel er vijftig en probeer de smaak van whisky op te roepen, wat nog enigszins lukt ook. De middag is nu al geslaagd. In de lobby klimt een gemondkapte jonge vrouw op een keukentrap om een lichtslinger in een kerstboom te hangen. Ah, daar komt Imro, de urban army pet van geruite wol staat hem goed. Hij beweegt zich alsof hij hier thuis is, hij groet al het personeel dat zijn pad kruist.

Imro is een kok met ondernemingslust, een man met ideeën, niet te stoppen. Corona dwong hem en zijn compagnon een punt te zetten achter hun goedlopende bedrijf Maashorst Catering. Zijn creatieve geest draaide meteen op volle toeren. Doggybag was snel geboren en moet de opmaat worden voor een eetgelegenheid die de reuring op festivalweides naar binnen haalt. Een zaak waar je kunt eten, afhalen, praten, sjansen, muziek luisteren en, ach, wellicht ook nog wat heupwiegen of dansen. Het paradijselijke festivalleven naar het binnenste van de binnenstad. Tot die tijd test Imro zijn foodconcept met een breed scala aan afhaalgerechten uit de exotische keuken, van Suriname tot Indonesië, in een zogenaamde foodcontainer.

“De naam Doggybag past bij deze tijd,” zegt hij. Dat zit zo: als een restaurant meer eten voorschotelt dan de maag van een gast hebben kan, kreeg die steeds vaker het aanbod om de leftovers in een zakje mee naar huis te nemen. Dit zakje heet doggybag, een welkome geste tegen voedselverspilling. Ook in het verpakkingsmateriaal maakt Imro duurzame keuzes. Alles wordt verpakt in verpakkingen van biologisch afbreekbaar materiaal. Het logo op de papieren zak drukte hij er zelf met een stempel op, “met afbreekbare inkt”.

“Weet je wat ik moeilijk vind aan het afhaalconcept?” vraagt hij. “Ik geef mijn producten aan mijn klanten mee en kan er dan niks meer aan doen. Dit roept bij mij de vraag op welke waarde ik kan toevoegen aan een afhaalmaaltijd.” Dit brengt het woord op gastvrijheid, de immateriële kant van de gastronomie. Imro stelt alles in het werk om het zijn klanten naar de zin te maken. Het warme licht in de foodcontainer die hij zelf in elkaar sleutelde, de vuurpot vlakbij, de glühwein om afhalers alvast op te warmen, maar toch vooral zijn eigen persoon, zijn presentatie, zijn bereidheid tot het maken van een praatje, zijn talent voor het onthouden van namen. En zijn kookkunsten. Maar dat ontdek ik pas een dag later.

Het is min of meer donker. Al het licht is kunstlicht. Zo’n vijftien hardlopers in fluorescerende kleding lopen zich warm op de parkeerplaats van het Osse Hotel De Naaldhof. Ik parkeer mijn autootje en loop linea recta naar Imro’s foodcontainer. “Hey Edwin,” zegt hij, en we praten verder op waar we gisteren waren gebleven. De bestelling is klaar, ik steek mijn pas in de pin. “De empanada’s zijn van het huis,” verklaart hij de extra grootte van de bestelling. Thuis volg ik zijn opwarmadvies en daar gaan we, mijn vriendin en ik. Een half uur later is de smaakreis gedaan. “Misschien moeten we iedere week bij Doggybag langs,” stelt mijn vriendin voor. “We komen tenslotte vaak zat in Oss. En anders rijden we maar een stukje om.”

terug

imro

maakt

duurzame

keuzes

Inspiratie voor je interieur Hergebruik Cradle To Cradle Beleving in de horeca Inspiratie voor ondernemers Out of the box denken Verhalen uit de horeca Gastvrijheid terug