Espressobar Da Silva: Net op tijd

- 19 March 2020 door Edwin Timmers -

Emidio da Silva noemde het een historisch moment. "Hoezo?" vroeg ik met mijn pinpas in de aanslag. "Nou," antwoorde hij gelaten, "jij bent de laatste die afrekent voor de crisis."


Zondag koerste ik per fiets door Den Bosch om te kijken hoe het er met de horeca voorstond. Bij espressobar Da Silva aan de Tramkade liep ik tenslotte naar binnen voor een jonge klare. Terwijl ik bij de bar bestelde, hoorde ik achterin de kok herhalen wat hij zojuist van de tv vernam: “Alle horeca moet dicht.” Maar dat was pas later; eerst fietste ik zoals gezegd door de stad, startpunt Hinthamerstraat.

Tegen vijven, voor Café de Palm zit een man of acht op het terras te roken. Bistro Puik ernaast is gesloten, maar het aanpalende restaurant ff Swanjéé is open en heeft twee gasten. Een dikke vijftig meter verder, aan de andere kant van de Hinthamerstraat, zie ik aardig wat volk in Café ’t Bonte Palet en nog eens vijftig meter verder zie ik wat gasten achter de ramen van Café de Basiliek. Ik sla linksaf, de Torenstraat in. Bij Café de Smidse aan de linkerzijde staat een kerel te roken. In de kroeg zelf lijkt weinig gaande. De Torenstraat gaat over in De Parade, waaraan aan de rechterzijde vijf kroegen op rij zitten. Een ervan is dicht wegens verbouwing, de rest heeft gasten. Ik ga de hoek om, de Lange Putstraat in en nog een keer de hoek om, de Korte Putstraat in.

De Korte Putstraat is met veertien horecazaken één van dé eet- en drinkcentra van de provinciehoofdstad. Het is er rustig, wat wellicht komt doordat de straat deels is opgebroken. Een van de uitbaters heeft op de plek waar de klinkers van het zandbed zijn gelicht een strandlaken uitgespreid en daarop een strandstoel en een parasol geplaatst. Waarom hij dat deed weet ik niet, maar het ziet er wel vrolijk uit. Hij staat erbij met in zijn ene hand een dikke sigaar en in zijn andere hand een mobieltje dat hij tegen zijn oor houdt.

Links de Kerkstraat in, en weer links de Krullartstraat in. Café ’t Bosschenaartje is open, natuurlijk is ’t Bosschenaartje open, want ’t Bosschenaartje is altijd open. De Krullartstraat gaat over in de Fonteinstraat. Koffiebar Bitterzoet meldt op een bordje ‘Sorry, we’re closed’. Rechts de Ridderstraat in. Alle koffie- en andere bars zijn open. In deze straat zit trouwens een schoenmakerszaakje met de naam Zooliste. Die moest ik een paar keer lezen. Geen violiste, maar een zooliste. Ik kom uit op de Markt, de plek waar alle Bossche straten naartoe leiden. Het is niet druk op de markt zelf, maar de overdekte terrassen van de vele aanliggende cafés zijn redelijk gevuld. En weer door!

Pensmarkt, Minderbroederstraat, Snellestraat: weinig mensen op straat, weinig mensen binnen. Ook rustig is het in de Kruisstraat. Druk, zoals altijd, is het in de Korenbrugstraat, het immer kloppende hart van uitgaansgebied Uilenburg. Tapperij Het Veulen is zelfs nokvol. De zaken aan de Lepelstraat iets verderop beginnen warm te draaien. Tijd om de balans op te maken. Heeft corona invloed op de horeca van Den Bosch?

Laat ik eerlijk zijn: ik weet het niet, want ik bezoek Den Bosch hoogstens een keer per jaar op koopzondag. Wel besef ik dat de stad ontzettend veel kroegen, lunchrooms, koffiebars en restaurants heeft. Echt ontzettend veel – een webbron heeft het over een totaal van 454. En die kunnen niet zonder klandizie. Tijd voor een borrel dus.

De Verkadefabriek is reeds gesloten, maar in de voormalige mengvoederfabriek op het terrein achter dit theater is wellicht nog een van de nieuwe zaken geopend. Ik waag de gok graag, temeer omdat ik de Tramkade, zoals dit stuk stad heet, niet eerder helemaal verkend heb. Zo kwam ik dus terecht bij Da Silva, de espressobar die ook restaurant en koffiebranderij is. Emidio da Silva staat achter de bar en blijkt naast eigenaar en naamgever ook nog eens een prettige gesprekspartner te zijn.

Als twee mensen elkaar voor het eerst ontmoeten, hebben beide mensen meteen een oordeel over elkaar. Dit oordeel wordt gedurende de ontmoeting permanent bijgesteld. Waarom is dat zo? Als je iemand voor het eerst ontmoet, weet je niets van zijn of haar verleden, weet je niets van wat er in zijn of haar binnenste afspeelt. Tijdens een gesprek keren mensen zich letterlijk, doch langzaam, binnenstebuiten. Hun verleden ontvouwt zich, hun voorkeuren komen aan het licht. Hoe langer een gesprek duurt, hoe meer mensen het toestaan dat de ander bij hem of haar binnen kijkt. Maar voordat een mens zijn ziel voor een ander openzet, moet het klikken. Wat is dat ‘klikken’?

Ik stal mijn fiets voor Da Silva, kijk naar de voorgevel en denk: misschien hebben ze hier, naast koffie, ook wel jonge klare. Het binnenste van Da Silva, het interieur, geeft zich niet prijs aan de buitenkant. Hoewel, door de ramen zag ik iets van het binnenste. In die zin zijn de ramen van een horecazaak als sprekende mensenogen. Ik liep naar binnen.

Het interieur van Da Silva behoort niet tot de voorhoede van het interieurdesign, het is niet vernieuwend, maar het is wel goed. Hele mooie details in een heel fijn ensemble. Het ‘klikt’ tussen deze zaak en mij, en ik denk dat het licht daar een grote rol in speelt. Om het zeker te weten, moet ik er terug. Ik haal mijn pinpas door de gleuf en beloof plechtig dat ik terugkom als de virale storm is gaan liggen.

terug

niet

zonder

klandizie

kunnen

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Inspiratie voor ondernemers Verhalen uit de horeca terug