Feesterij het Woud: een interieur voor alle leeftijden

- 16 March 2021 door Edwin Timmers -

Een van de mooiste tv-reclames vind ik die van het biermerk Palm. In een kroeg telt een vrolijke gastenschare van tien naar nul, juicht dan luid en wenst elkaar vervolgens een gelukkige donderdag. Elke woensdagavond naar café om klokslag twaalf uur de nieuwe donderdag welkom te heten. We hebben graag wat te vieren. We kunnen niet zonder feesten. Van Gruijthuijsen Catering uit Heesch weet er alles van. Zij bestaan omdat wij graag feesten. “We zijn er trots op dat we ’t Woud hebben,” zegt Michiel van Gruijthuijsen, die de zaak samen met zijn broer Tom leidt. We spreken elkaar in de brasserie van ’t Woud, een begrip in de Osse horecawereld.

Plek zat op de ruime parkeerplaats van ’t Woud. Niet vreemd, want het is een maandagmiddag rond drieën; niet bepaald een tijdstip voor een feest of een vergelijkbaar evenement. Wel is het bijzonder dat de parkeerplaats al een jaar lang 24/7 nauwelijks een auto heeft gezien. Dit zal ook nog wel even zo blijven. De zaak van Tom en Michiel valt namelijk onder de eventbranche en die zit in de staart van de lockdown.

“Het is hier koud en leeg,“ verontschuldigt Michiel zich terwijl hij me welkom heet in de centrale ontvangstruimte van ’t Woud. Op de lange wand is een enorme foto aangebracht van een fris groen bos, een lentetafereel, dat prettig inwerkt op het gemoed. We lopen door naar de brasserie, waar hij me een kop koffie aanbiedt. Michiel baalt van de lockdown, maar voegt er gelijk aan toe dat zijn verhaal geen klaagzang mag zijn. “Daar schieten we niks mee op.”

Catering is iets moois, besef ik opeens, luisterend naar het verhaal van Michiel. Het heeft alles met gastvrijheid te maken. Iemand is gastvrij wanneer hij gasten ontvangt én onderhoud in vrijheid en goede wil, lees ik op Wikipedia. Gastvrijheid is dus een hele opgave, zeker als je een grote groep mensen wenst te ontvangen voor bijvoorbeeld een trouwerij of een bedrijfsfeest. Een cateraar neemt de gastheer een deel van de gastvrijheid uit handen opdat die zijn persoonlijke aandacht kan richten op zijn gasten – samen feesten is namelijk lastig als je tegelijk ook voor alles en iedereen moet zorgen. Van Gruijthuijsen Catering doet dit al 55 jaar en de aankoop van ’t Woud 25 jaar geleden mag in het licht van hun kunde op het gebied van catering worden gezien. Toch had Michiel aanvankelijk andere plannen met ’t Woud. Hij begon er een restaurant, maar al snel bleek dit niet zijn ding te zijn. In een restaurant is het elke dag weer afwachten of en hoeveel gasten er komen. Een cateraar kent die dagelijkse onzekerheid niet. Maar misschien viel het koksvak hem gewoon tegen. “Ik ben bewust geen kok,” zegt hij even later. “Ik ben blij dat ik daar iemand voor heb.”

Hij legt me uit dat de kok een soort voorman is, hij of zij leidt het hele gebeuren op locatie, een erg intensieve functie. Een kok zit tot aan zijn nek in het moment, diep in het nu. Michiel is iemand van het overzicht, het gehele proces, van offreren via klantcontact en logistiek tot en met de afhandeling. Wellicht verklaart dit zijn opvallend bescheiden inborst. Hij weet waar ze met hun bedrijf staan, wie hun ‘concurrenten’ zijn en dat die allemaal een deel van de koek verdienen en dat ze bestaan dankzij de goede wil – het gunnen – van hun klanten. En de klantenschare is divers, ook daarvan is hij zich bewust en dat uit zich onder andere in het interieur.

We kijken de zaak rond. “Het interieur is enigszins tijdloos en toch fris.” Zowel hoogbejaarde feestvierders als trouwlustige twintigers herkennen zich erin. De bar zou niet misstaan in een bruin café, terwijl je sommige meubels zou kunnen aantreffen in een strak gestileerde koffiebar. Het interieur flirt met het knusse verleden en durft te prikkelen met speels moderne accenten, zoals de velourse zitbank met hoge rugleuning en een voetplaat van aluminium traanplaat. Die bank is trouwens gemaakt door Tribe. Voordat Tom en Michiel de zaak van hun vader overnamen, was John al een bekende voor Van Gruijthuijsen Catering. “John kleedde feesten voor ons aan toen hij nog voor Mari van Driel werkte. Mari Ferrari noemden we hem. Dat klonk goed, maar hij reed ook echt in zo’n auto. Met Tribe werkt John nog steeds voor ons. Hij levert spannend en eerlijk werk af zonder uit de bocht te vliegen. Hij begrijpt wat ’t Woud voor een zaak is, wat wij willen en welke mensen hier komen.”

Feestgelegenheden zoals ’t Woud worden schaarser. “Jaren geleden had Oss er zeker tien,” zegt Michiel. “Nu zijn het er nog maar drie.” Mensen zijn anders gaan feesten, vaker thuis ook, in een tent. Maar ’t Woud draaide naar tevredenheid voordat de lockdown de zaak stillegde. Ik vraag hem wat hij zou doen als een projectontwikkelaar ’t Woud zou willen hebben om de locatie te gebruiken voor, bijvoorbeeld, een nieuw appartementencomplex. “Die vraag hebben we gehad,” antwoordt hij. “Compleet met maquette. Maar ik zou het zonde vinden als we het zouden verkopen. We zijn er trots op dat we ’t Woud hebben.” Hij denkt even na. “We hebben plannen om te investeren in het interieur. Daarvoor hebben we al contact gehad met John.” De plannen zijn voor het moment bevroren, maar achter de lockdown schijnt de zon.

terug

omdat

wij

graag

feesten

Horeca interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Restaurant interieur Gastvrijheid terug