Werfpaviljoen Arnhem: een idylle van schroot en oprukkend groen

- 15 July 2021 door Edwin Timmers -

Blijf bij mij, blader niet verder! Trakteer jezelf op een bezoek aan een van Nederlands mooiste terrassen. Het Werfpaviljoen in Arnhem ligt op een plek waar het industriële verleden zich lijdzaam overgeeft aan de tijdloze groeikracht van de natuur. Het resultaat is een verbluffende idylle van schroot, kranig staal en weelderig groen. Interieur en omgeving gaan naadloos in elkaar over.

Het Werfpaviljoen is onderdeel van de Stadsblokkenwerf, een voormalige scheepswerf aan de overzijde van de Nederrijn ter hoogte van het Arnhemse stadscentrum. Je kunt er komen met een pontje vanaf de Rijnkade. Altijd leuk en kost je slechts een euro. Ik ga met de auto, wat goed te doen is, doch niet zonder een navigatie-app. Een flinke groep vrijwilligers beheert de boel.

Ik parkeer mijn auto aan een smal weggetje bij een hekkengat. De omgeving is fraai op zijn Hollands: kleine weilandjes omzoomd door bessen- en andere struiken en tegen een decor van dicht opeen staande bomen die nog nooit een snoeischaar hebben gevoeld. Een smal verhard pad onder een toog van geurig loof lijdt naar een parkeerplaats, waar ik eigenlijk had moeten parkeren. Op een groot info-bord bij het begin van dit pad wordt in ronkende zinnen te kennen gegeven dat hier in de toekomst een stadspark gaat komen. De verharding van de parkeerplaats zijn de fundamenten en vloeren van loodsen op de voormalige scheepswerf. Je zou het een desolate plek kunnen noemen, ware het niet dat het groen overrompelend fier aan een onstuitbare opmars bezig is.

Naast een recent geplaatste antieke torenkraan staat een halfronde Romney-loods, ook antiek. Er hangt een geur van gebraden staal. Een jonge vrouw in een blauwe overall verft de torenkraan. De deuren van de loods staan wagenwijd open, in het dikke stalen kozijn is in grote kapitalen het woord STADSBLOKKENWERF gesneden. In de loods zie ik een man bezig met laswerk. Rook stijgt op. Een tweede man komt gelopen. Ik spreek hem aan. Hij is een van de vele vrijwilligers. Honderduit praat hij over deze plek, over de verre en recente geschiedenis. Het laatste schip gleed in 1978 van de hellingbaan. De werf was niet failliet, maar opdrachten voor grote zeeschepen bleven uit. Er volgde een periode waarin de handel in aandelen in de werf veel weghad van de tulpenmanie in de dertiger jaren van de zeventiende eeuw. Het onroerend goed verwisselde meermaals van eigenaar. Uiteindelijk kwam het in handen van een projectontwikkelaar. Diens plannen met deze plek stroken niet met de ideeën van de man die voor me staat. Verderop komen zo’n 200 huizen en het deel waar we nu staan, wordt geïntegreerd in het stadspark. De belofte van een stadspark (voor alle Arnhemmers!) is volgens de man louter een manier om weigerachtige ambtenaren over de streep te trekken voor de bouw van de 200 huizen. Industriële activiteiten, zoals lassen en timmeren, zullen hier zeer waarschijnlijk niet meer zijn toegestaan als het eenmaal onderdeel is van het stadspark, want nabij een nieuwe woonwijk (met dure koopwoningen). Eigenlijk wil de man niet over dit onderwerp praten, hij wordt er knorrig van. Het loeien van een alarmsirene redt zijn stemming; het signaal voor de lunchpauze voor vrijwilligers. Ik loop verder.

Rechts staat het stalen voorsteven van een schip met de punt omhoog. Het doet nu dienst als een Mariakapel. Links staat een beschilderede betonnen zuil, ooit deel van de Berlijnse muur. Daarachter staat de kajuit van een binnenvaartschip op de volle grond. Dit geïmproviseerde bouwwerk is nu de kantine voor de vrijwilligers. Voor me staat het werfpaviljoen dat in 2016 is gebouwd en door Ruud-Jan Kokke werd ontworpen. Het bouwwerk van staal, glas en hout heeft een wonderlijk lichtgewichte uitstraling en staat op een vier meter hoog fundament van verweerd beton (voorheen een zogenaamde kraanbaan) dat helemaal met graffiti bedekt is. Vanaf het terras kijk je uit op de Rijnkade aan de andere kant van de Nederrijn. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en waan me in een landschapsschilderij uit vervlogen tijden. Deze plek raakt me diep.

Het terras is omheind met een stevig ruwstalen hekwerk, waaraan plantenbakken vol met uitbundig bloeiende lila petunia’s hangen. Kijk ik links, dan zie ik een tussen bomen door slingerend zandpad uitlopen in een landtong. Het pontje (een klein scheepje dat vermoedelijk ooit een sleepboot was) ligt hier te wachten op passagiers. Voor me staat een imposante wilg met zijn voeten op de oever van de rivier. Twee eenden met een vragende oogopslag dobberen in het water. Willen ze mee eten van mijn boterham met oude kaas, die zo meteen wordt uitgeserveerd?

Rechts van het verhoogde terras waarop ik zit, bevindt zich het tuinterras. Alweer een prachtplek. Zo’n vijftien mensen smullen hier van belegde broodjes. Het blijkt een groep ambtenaren. Ze zijn hier voor teambuilding. Even later staan ze op het dek van een oude boot op het droge. Daar krijgen ze scherminstructie, niet aangaande het beeldscherm, maar aangaande de sport.

Ik ken Arnhem niet goed, maar het Werfpaviljoen zou wel eens haar best bewaarde geheim kunnen zijn. Ga er langs als de zon schijnt. Een fijnere schaduw dan hier ga je nooit meer ervaren.

 

terug

haar

best

bewaarde

geheim

Beleving in de horeca Inspiratie voor ondernemers Out of the box denken Verhalen uit de horeca Circulair Circulair bouwen Circulaire interieurs industriële inrichting Gastvrijheid terug