De Kaaij: Een sfeervol horeca-interieur begint bij de kringloop

- 23 September 2020 door Edwin Timmers -

Nijmegen is een mooie stad. Maar wie o wie gaf het Holland Casino indertijd toestemming om hun afgrijselijke vestiging aan de Waalkade te bouwen? Zoveel gruwel is alleen met heel veel schoonheid te compenseren. En dat is gelukt, mede dankzij de vrijbuiters-horeca onder en nabij de imposante Waalbrug is de Waalkade een prachtplek.

Sinds 2011 bestaat Cultureel Terras De Kaaij op de oostelijke uitloper van de Waalkade. Artiesten van diverse snit maakten er samen met experimenteerdriftige horeca-ondernemers een jaarlijks groter gebeuren van, telkens drie zomermaanden lang. In 2016 kwam ik er voor het eerst en werd meteen gegrepen door de sfeer, die vergelijkbaar is met die van kleine festivals. Eigenlijk is het gewoon een festival, maar dan zonder entreegelden en zonder blinde hekken. Vast onderdeel van het horeca-onderdeel is Opoe Sientje, een café, lunchroom en hotel ineen op drie tegen elkaar liggende, oude binnenvaartschepen. Vanwege de coronacrisis, maar ook vanwege ingrijpende onderhoudswerkzaamheden aan de Waalbrug, is Cultureel Terras De Kaaij dit jaar tot minder dan een kwart van de omvang gereduceerd. Maar Opoe Sientje is gewoon open, werd me verteld, en zeker een bezoek waard als je van bijeengeraapte en -geknutselde horeca-interieurs houdt.

Op een van de dikke pijlers van de Waalbrug is in grote kapitalen het woord GASTVRIJ gespoten. Ik vermoed dat de aanleiding voor het aanbrengen van deze graffiti niet het eet- en drinkgelag op De Kaaij is geweest, maar het klopt wel. Ik loop De Kaaij op en voel me gelijk in mijn nopjes. Opoe Sientje ligt deels op de wal en deels op het water. Bij de entree op de wal staat een verkeerslicht op rood, een grapje waarmee men de bezoeker alert wil maken voor het mededelingenbord waarop enkele coronaregels staan. De regels zijn in guitige, enigszins flauwe bewoordingen weergegeven: ‘Ga lekker zitten op een stoel, dat geeft een goed gevoel’. Het deel op de wal is een speels ingericht terras rondom een houten keet die wel wat weg heeft van een strand- annex danstent uit vervlogen tijden. Via dit terras kom je bij een smal bruggetje waarover je afdaalt naar het dekterras op de drie binnenvaartschepen. Het is niet de bedoeling elkaar op de brug te passeren, dus ik wacht even op twee mensen die van de boten terug naar de wal willen.

De drie scheepsdekken hebben niet allemaal dezelfde hoogte, wat betekent dat het een terras met verschillende niveaus is. Overal zitjes, keurig op anderhalve meter van elkaar, geen een hetzelfde. Projectmeubilair tref je hier niet aan, of het moet een verdwaald exemplaar van de kringloop zijn. Alles lijkt trouwens van de kringloop en de inrichter heeft er niet te kieskeurig gewinkeld. Hoewel, er was een plan, want ik zie vooral rieten stoeltjes, in vele soorten, ofschoon ik nu op een groenleren fauteuiltje plaatsneem. Er kan hier veel kapot, maar met wat eventueel kapot gaat, is weinig verloren. Dat doet iets met de sfeer, die gemoedelijk en aangenaam is. Je hoeft hier niet op eieren te lopen.

Om de koffie op mijn lage tafeltje te zetten, gaat de jonge vrouw van de bediening door de knieën. Het gladde dek zal haar tot voorzichtigheid manen. Niettemin een sympathieke geste om op ooghoogte met de klant te blijven. “Geluid draagt ver,” zegt ze, duidend op de graafmachine die twintig meter boven ons het wegdek van de Waalbrug afschraapt. Het klinkt als een hese walvis op het droge.

Spuitslagroom blijft maar even in vorm. Het inzakken van een flinke dot spuitslagroom is een voorafspiegeling van het loodzware gevoel dat je overhoudt aan het wegwerken van een te grote punt appeltaart. Ondank het vroege uur had ik liever de bitterballen gehad die hier worden aangeprezen met de spreuk ‘Bitter ballen dan geen ballen’. In bepaalde delen van Brabant zegt men bitter als men beter bedoelt, dus ik begrijp de spreuk.

Overal staan planten op pot, de bamboe schiet al lekker door en de oleander heeft het weer eens moeilijk. Verder veel oude spullen, in onbruik geraakte machines, gereedschappen en hompen waterhard hout. Op een van de tafeltjes staat een buitenboordmotortje van een halve eeuw oud aandoenlijk aandacht te trekken. Kon het nog maar pruttelen.

De jonge vrouw van de bediening zegt dat veel van het interieur door de mensen van Opoe Sientje zelf wordt gefabriceerd. De bar bewijst het middels zijn schitterend geïmproviseerde eenvoud. Het mooist vind ik de dakjes van gewelfde stalen golfplaten met roest op de plekken waar het verzinksel in de tijd is opgelost. Gek trouwens dat ik van interieur spreek nu ik het over een terras heb. Toch zit ik er niet langs, het dek van Opoe Sientje heeft een openluchtinterieur. Er is genoeg te zien, ook als je de enige klant bent. Benedendeks schijnt het trouwens ook bijzonder fraai te zijn, maar dat bewaar ik voor een volgend bezoek. “Wilt u nu alvast afrekenen,” vraagt de vrouw van de bediening. “U mag gerust blijven zitten hoor, maar ik moet beneden de kamers gaan opruimen.” Opoe Sientje heeft overnachters gehad.

terug

experimenteerdriftige

horeca

ondernemers

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur Duurzaam interieur Hergebruik Cradle To Cradle Beleving in de horeca Out of the box denken Circulair Circulair bouwen Industrieel interieur industriële inrichting terug