Eetcafé Kandinsky: het interieur vullen met gastvrijheid

- 01 March 2021 door Edwin Timmers -

‘Niet eerder was het zo warm op 21 februari’ zingt de kop van een online nieuwsbericht. Twee dagen voor die warme zondag bezocht ik Eetcafé Kandinsky in Waalwijk.

Michel de Bruyn en zijn team bereiden zich voor op het warme weekend. Dat doen ze natuurlijk altijd, alleen loopt het dit jaar anders. Het meubilair voor op het grote terras aan de markt blijft in tegenstelling tot voorgaande jaren gewoon binnen. Maar ze hebben wel smoothies, want warme dagen schreeuwen om smoothies. Gasten komen die en andere lekkernijen zelf afhalen of een van Kandinsky’s koeriers brengt ze thuis. En om te kunnen bestellen, heeft Michel een webshop gelanceerd. Niet zomaar een webshop: “Want het moet wel goed zijn,” zegt hij veelbetekenend. Michel zit er kort op, kwaliteit wil hij bieden. Dat het goed moet zijn, herhaalt hij onbewust meerdere keren tijdens ons gesprek. Het zit in zijn systeem, voor minder doet hij het niet.

Ik vind Kandinsky een mooie zaak. Veel snoep voor de ogen, zoals het betegelde opstapje voor de lange bar en de grote neonverlichte letters K en Y aan de met donkergroen geglazuurde tegels betegelde pilaren aan weerszijden van het opstapje. Maar ook het kleurige behang aan noordkant van de zaak en het robuuste meubilair dat ondanks de zware materialen zoals staal en bruin leer toch licht aandoet. Tribe heeft een hand in het interieur gehad, dat is duidelijk. Als ik zeg dat Tribe’s interieurs mij aanspreken, preek ik voor eigen parochie, maar dat durf ik wel aan. John (van Tribe) en Michel kunnen goed met elkaar overweg en dat verbaast me niet. Ik merk het aan hun woorden. Dingen die hun aan het hart gaan begeleiden ze met krachtige taal, met forse metaforen. Hun woorden lopen over van emotie. In managementjargon spreekt men dan van passie, maar de meeste managers voelen dat niet. Daarom spreek ik liever van emotie, omdat die via de werkvloer vanuit de tenen komt.

Michel houdt van verandering. “Je moet in beweging blijven,” vindt hij. Maar hij weet ook dat niet alles te veranderen is. Succesnummers zoals saté en biefstuk kun je niet zomaar van de kaart verwijderen. Daarmee stoot je vaste gasten tegen het zere been en dat is het laatste wat een gastheer wil. Op zeker moment voelde Michel zich gevangen in het eigen succes. De woorden ‘gevangen in het eigen succes’ benadrukt hij met een minimale stemverheffing. Dat is emotie. Hij wil vrij kunnen ondernemen, zijn creatieve geest de ruimte geven, dus hij veranderde tegen beter weten in toch enkele dingen op de kaart. “Ik werd bijna opgehangen op het plein.” Een forse metafoor met een kraakheldere strekking.

Kandinsky bevindt zich in een twee eeuwen oud pand – de voormalige Looijersbeurs – in het winkelhart van Waalwijk. Op zomerse dagen zitten er zo’n honderdvijftig mensen op het terras. Een goedlopende zaak, waar het goed toeven is, buiten, maar zeker ook binnen, waar ik zo’n jaar geleden een lunch genoot. De twee lockdowns lieten Michel dan ook niet onberoerd: “Ik werd moe van het wachten, van de vraag wanneer we weer open zouden kunnen. De webshop gaf me energie. We konden weer door.” In het nu bezig zijn, zo noemt hij het. Bezig zijn, in beweging blijven, met de neus in de wind: deze houding tekent zijn karakter vanaf het moment dat hij vijfentwintig jaar geleden bij zijn vader in de zaak kwam. Zijn vader nam de zaak over van Peter Simons, die Kandinsky in 1990 begon. “Ik was niet trots op de zaak,” biecht Michel in alle oprechtheid op. Gaandeweg ging hij zijn ding doorvoeren opdat hij wel trots zou kunnen zijn. In 2009 namen Michel en zijn echtgenote Lonneke Kandinsky over.

We zitten aan een lange tafel op een paar meter van de bar. In de keuken achter de bar werken drie jonge kerels aan de bestellingen. Twee jonge vrouwen houden zich bezig aan onze kant van de bar. Michel delegeert taken naar zijn team met een natuurlijke vanzelfsprekendheid en de nodige humor. De sfeer is er goed, geconcentreerd en toch ontspannen. Het team telt veertig mensen, waarvan tien vaste krachten. Michel neemt zijn telefoon op. Hij legt een werknemer uit wat van hem verwacht wordt. Een deel van het team is tijdelijk gedetacheerd bij andere bedrijven. Een noodoplossing. Michel hoopt over een aantal maanden weer op volle kracht met zijn mensen in zijn eigen zaak door te kunnen gaan. We kijken het eetcafé rond, hij wijst me op fraaie details, zoals het wijnkabinet achter me. Ik vertel hem over twee memorabele etentjes met mijn vriendin aan de bar van een Bredaas en een Gents restaurant. We keken de keuken in en voerden korte gesprekken met de aardige koks. Er verschijnt een twinkeling in zijn ogen; ik lees in zijn blik dat hij zoiets hier ook wel zou willen realiseren. Ondanks het ‘nu’ waarin hij momenteel bezig zegt te zijn, lonkt zijn geest naar de toekomst. Hij geeft toe dat het interieur en de inrichting van een horecazaak van groot belang zijn. “Maar bovenal moet de ondernemer zijn zaak vullen met zijn gastvrijheid,” sluit hij af. Hij schuift ietwat onrustig op zijn stoel. Michel heeft geen zitvlees.

terug

in

beweging

blijven

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Inspiratie voor ondernemers Out of the box denken Verhalen uit de horeca Industrieel interieur Restaurant interieur Gastvrijheid terug