Interieur of exterieur, achter alles zit een ontwerper

- 03 September 2021 door Edwin Timmers -

Met zo’n negentig mensen op een flink zeilschip van Lelystad naar nieuwe natuur op nieuwe eilanden in het Markermeer. Zeer de moeite waard en bovendien breekt de zon door, terwijl alle weerapps regen beloofden. Het was een idee van mijn partner. Ik vond het okay als we aansluitend naar Zwolle zouden reizen voor een overnachting en een pint, zodat we de dag erna in dezelfde stad zouden kunnen lunchen bij restaurant De Nieuwe Keuken, die ons door bekenden getipt was. Deal.

De Marker Wadden, zo heten de nieuwe eilanden in het Markermeer. Geheel ontworpen en aangelegd door mensen, die na de aanleg ook de natuur een handje hielpen. We lopen mee met een gids van Natuurmonumenten. De man vertelt aan een stuk, niet omdat hij stiltes vreest, wel uit enthousiasme. Goudknopje, rolklaver, zee-aster en winterandijvie. Telkens stopt hij abrupt om ons erop te wijzen. “Kijk, daar vliegt een kiekendief,” roept hij verrast. Verderop lepelen een tiental lepelaars en iets naar links klost een kluut op hoge poten door het lage water. Even later zie ik voor het eerst in mijn leven een watersnip en een waterral. Nog steeds schijnt de zon. Er valt pas regen als we terug in Lelystad de parkeerplaats afrijden richting Zwolle.

Rond half acht bellen we aan bij het B&B waar we zullen overnachten. De gastvrouw is naar de bioscoop en heeft haar man opgedragen ons te ontvangen. Hij kwijt zich prima van zijn taak. Razend enthousiast neemt hij ons aan de hand van een stadsplattegrond mee op een virtuele tour door de geschiedenis van de stad. Hij noemt belangrijke personen en historische panden (die we zeker moeten gaan bekijken) en verfraait zijn verhaal met anekdotes uit zijn eigen leven. Tien minuten later zitten we (virtueel) in het nabij gelegen Kampen. Ondertussen tekent de man alle witte plekjes op de stadsplattegrond vol met steegjes en wegen uit zijn herinnering. Nog eens tien minuten later kijkt hij plots van zijn gekrabbel op. “Maar misschien vermoei ik jullie en hebben jullie gewoon honger.” Hierop begint hij met het omcirkelen van goeie eetgelegenheden op de plattegrond. Zwolle heeft veel horeca.

Het is druk in de historische binnenstad. We besluiten Indiaas te eten. Het tweede of derde gerechtje wordt uitgeserveerd met een zoet-hartige dieprode saus. Ik doop een krokant gefrituurd groentehapje in de saus en beweeg het lekkers vervolgens naar mijn mond. Een druppel saus valt op mijn lichtblauwe sweater ter hoogte van mijn linkerborst. Dat valt wel op. Ik bespeur ergernis op het gezicht van mijn partner. Morgen moet ik naar De Nieuwe Keuken met deze decoratie op mijn sweater, want meer kleren dan die ik nu draag heb ik niet bij. Kleine zorgen, relativeer ik. Eerst maar eens uitzien naar wat de volgende gang brengt. 

Met volle buiken lopen we nog wat door de gezellige binnenstad. Veel kroegen met grote terrassen en zowat alle plekken zijn bezet. Ouwerwetse drukte vanwege het uitgelaten getetter van jongeren. Het oorverdovende vogelgeschreeuw in het broedseizoen, zou de gids gezegd hebben. Het liefst wil ik nu aan een bar hangen, een paar borrels drinken. Evengoed gaan we slapen. Ja, dat doen we.

Het B&B blijkt een B te zijn, want het breakfast mogen we zelf scoren in de supermarkt honderd meter verderop. Zo heeft de gastvrouw het ooit bedacht. Scheelt een hoop gedoe voor een habbekrats. Ik trek mijn gedecoreerde sweater aan en loop de trappen af de straat op. Het ochtendlicht is veelbelovend zonnig. Na het ontbijt pakt mijn partner haar telefoon erbij om een plekje te reserveren voor een lunch bij De Nieuwe Keuken. “Owww,” zegt ze na wat heen en weer swipen, “ze zijn vandaag gesloten vanwege een besloten feest.” Ik kijk naar mijn sweater en veins teleurstelling. Dan maar naar de binnenstad voor een bezoek aan de Sassenpoort, een van de tips die de man van de gastvrouw ons gisteren gaf. De Sassenpoort dateert (vermoedelijk, zeg een flyer) uit 1409 en een bezoek eraan is inderdaad een aanrader. Hierna loop je anders door Zwolle. Mijn beleving heeft er een historische laag bij gekregen. Lekker vind ik dat. Op een andere manier lekker dan de frituurgeur rondom een kleine patatzaak in een smalle straat. Een hoop watertandend volk dromt er samen en wacht geduldig op zijn of haar puntzak friet.

Vandaag blijkt Zwolle nog meer horeca te hebben dan ik gisteren vermoedde. Tegen half drie strijken we neer op het terras van Stadscafé Het Refter. Het is ondergebracht in een van de oudste gebouwen van Zwolle, vermoedelijk in 1309 gebouwd. Een refter is een eetzaal voor grote groepen mensen, in het geval van deze in Zwolle oorspronkelijk voor kloosterlingen. Het pand is in 2016 door een investeerder gekocht met de bedoeling er een horecagelegenheid in onder te brengen.

De jongeman van de bediening voelt zich hier merkbaar thuis – iets wat hij later ronduit zal toegeven. Ik bestel een Duvel en hij tipt mij een alternatief. Mooi vind ik dat. Mijn partner bestelt een Duitse Weizen. Ze kan kiezen uit 25 of 50 centiliter. “Die van 50 centiliter is toch zo’n beetje de standaard in Duitsland?” vraagt ze. De jongeman knikt losjes ter bevestiging. “Doe mij die dan maar,” besluit ze. “Daar komt u goed mee weg,” reageert de jongeman met een glimlach, “want als u die van 25 centiliter had gewild, had ik u van het terras gestuurd.” Zo bedient hij de gasten op dit terras. Een stijl die ik niet vaak zie, maar zeker kan waarderen. Informeel, balancerend op het randje van te amicaal. Ik moet pissen.

De zaak is heel ruim en heeft een hoog balkenplafond. Links een klassieke houten bar met krukken ervoor en een houten kastenwand tot aan het plafond erachter. Het interieur is sober en dat is een sterke keuze (wellicht ingegeven door het feit dat het pand een monument is en daarom geen grote ingrepen toestaat). Inrichten door dingen niet te doen – de kunst van het (weg)laten? Rechts zijn een zestal zitjes van elkaar gescheiden door hoge houten kasten, waarin op de schappen lege, groene wijnflessen staan. Achter me, aan de terras- en raamkant, bevindt zich een verhoging met verscheidene zitjes. Stel je het geheel voor als een drinkhal. Volgens de jongeman is Het Refter ook op die manier populair. In (pre-corona) weekenden wrong hij zich met bladen bier en wijn hoog in de lucht door het ruim aanwezige publiek. En daar geniet hij van.

Ik loop de zaal door naar het toilet. Op de muur aan de buitenkant van de wc is een manshoge schildering aangebracht van een bok in maatkostuum met een glas speciaalbier in een van zijn klauwen. Een maf werk.

Op het terras aan een tafel rechts van ons zitten zeven kerels in de huwbare leeftijd flink te hijsen. Elk halfuur worden de kelken bijgevuld. Hun ogen beginnen de omgeving al wat lodderig op te nemen. Ze hebben dikke lol. Ik bestel een Duvel en de jongeman komt weer met een alternatief. Mijn partner wil nu een Duitse Weizen van 25 centiliter. Het mag deze keer. Tevreden neem ik de omgeving van het plein in me op. Achter alles zit een ontwerper, denk ik, opkijkend naar de stokoude Bethlehemkerk achter me, maar sfeer laat zich niet ontwerpen. Een ontwerper creëert de voorwaarden voor een goede sfeer. Tijd en mensen doen de rest.

 

 

 

terug

tijd

doet

de

rest

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Verhalen uit de horeca Café interieur Bruin café Gastvrijheid terug