Tapperij Het Veulen: een interieur met krassen op de ziel

- 08 February 2021 door Edwin Timmers -

Ondanks de grauwe middag vrolijk door Den Bosch fietsen. Ik ga namelijk naar de kroeg. Boris van Tapperij Het Veulen wilde graag met mij in gesprek. Al snel waren we het erover eens dat de lockdown ook hun schare stamgasten dupeert. We moeten namelijk niet onderschatten dat kroegbezoek als sociaal gebeuren zeer bevorderlijk is voor het mentale welzijn. Hef dus het glas op ieders gezondheid.

Het is belachelijk rustig in de Korenbrugstraat. Waar is iedereen? De deur van Het Veulen staat op een kier. Via een portaaltje stap ik de smalle kroeg binnen. Achterin staan eigenaar Boris en barman Luc me al op te wachten. Met een snelle blik nemen ze me op, waarna een plezierige twinkeling in beider ogen verschijnt, een ironische twinkeling, die wordt gevolgd door een gevatte opmerking waarin lichte spot doorklinkt. De omgangstaal van de bruine kroeg. Ik lust er wel pap van.

Boris biedt me een kop koffie aan en ik zeg dat ik me bevoorrecht voel om weer eens aan een bar te mogen zitten – of iets van dien aard – omdat ik meen dat barhangen goed is voor de mens. Luc gaat een stapje verder: “We zouden op medische indicatie naar de kroeg moeten kunnen.”

Ongeveer dertig jaar geleden namen Boris’ ouders de tapperij over van een andere uitbater. Twaalf jaar geleden mocht Boris de zaak gaan bestieren. Luc kreeg in 2014 zijn plek aan de veilige kant van de bar. Zover Boris het zich kan herinneren is er nooit iets aan het interieur veranderd, dat wil zeggen: alleen de tijd heeft er zijn sporen in achtergelaten. Een interieur met krassen op de ziel, zoals ieder mens die op zijn ziel verzamelt, mits hij het leven niet schuwt. De wand achter me is bezaaid met gaten. Is er een klein kaliber vuurwapen op leeggeschoten? Nee, het zijn schroefgaten. Elk jaar voor carnaval worden alle fotolijsten, geëmailleerde reclameplaten, tekeningen en schilderijen, die met schroeven op de wand bevestigd zijn, verwijderd. Na aswoensdag wordt alles weer terug gehangen, maar omdat niemand zich de exacte plek van die spullen nog herinnert, krijgt elk ding een nieuwe plek. Zodoende ontstaan er telkens nieuwe schroefgaten in de toch al pokdalige donkerbruine wand. Niet van zelfspot gespeend zegt Boris: “Het valt hier net niet in elkaar. We plakken er liever wat overheen, dan dat we het repareren.” Hij lacht erbij en peilt mijn gezicht. Dat doet hij goed, aangezien ik alles geloof wat hij zegt. “Maar onderhuids is alles goed,” gaat hij verder en wijst me op de toog, op de bar, op de muziekinstallatie, op het slipvrije gietvloertje achter de bar en op de glazen koeling onder de barokke kast tegen de achterwand. “We weten hoe we met de ruimte om moeten gaan. We durven te improviseren. Zolang de sfeer in de kroeg maar goed is.” En die sfeer is goed, heel goed zelfs. Stel jezelf een bruine kroeg voor en je ziet Het Veulen. Of je ziet De Palm, ook een behoorlijk bruin Bosch café. “Ja,” zegt Boris, “die doen het ook goed. Maar heeft wel een ander karakter.” Interessant, denk ik, want wat bepaalt het karakter van een kroeg? Allereerst is dat de ligging en natuurlijk is het interieur sterk medebepalend – een bruine kroeg is geen theehuis, een sportkantine is geen grand café. Het meest bepalend, hoe kan het ook anders, zijn de kroegbaas en zijn werknemers. Hun karakter en daaruit voortvloeiend hun gedrag scheppen de ruimte waarin hun klantenkring zich behaaglijk voelt. De vaste klantenschare van Het Veulen telt zo’n 450 koppen en Boris en Luc kennen minstens negentig procent daarvan bij voornaam. “Als jij hier nog eens neerstrijkt, weet ik dat je Edwin heet,” beweert Boris. Luc bevestigt dat zonder ervan op te kijken. Namen onthouden is een belangrijk aspect van het tapvak.

Er verschijnt een man voor het raam. Boris en Luc kennen hem, ze steken hun hand op en lachen breed. Ze kennen hem goed. De man maakt zich na de begroetingen niet uit de voeten, hij lacht al even breed en blijft staan waar hij staat. “Ik denk dat hij naar binnen wil,” zeg ik. “Klopt,” reageert Boris. “Hij zou graag naar binnen willen.”

Het Veulen stelt sinds de eerste lockdown bierpakketten samen en bezorgt die bij de bestellers, veelal vaste klanten, thuis. Daarom staan er stapels kratten in de kroeg. Kratten waarop exotische biernamen in fraai vormgegeven logo’s prijken. Tijdens de eerste lockdown vorig jaar werd van elke klant die een bierpakket in ontvangst nam een foto gemaakt die vervolgens, met goedkeuring, op facebook werd geplaatst. Honderden van die foto’s hangen in een lijst tegen de pokdalige wand en scheppen een beeld van een hechte community. Nu al een historisch document. Boris is doordrongen van de betekenis ervan. Iedereen kan naar de supermarkt of slijter voor zijn speciaalbiertje. Dat zijn klanten desondanks toch bij hem afnemen, doet hem goed. Ze gunnen hem iets. En ze missen hun avonden in Het Veulen. “Sommigen kwamen hier twee keer in de week, zelfs mensen uit Oss.” Ik reageer verbaasd: “Uit Oss?” Boris rekent me voor dat het twaalf minuten treinen is vanuit Oss en vijf minuten lopen vanaf Den Bosch Centraal naar zijn kroeg. Mijn ritje op de fiets vanuit Berlicum duurt langer. Ik sta op om te vertrekken. Mijn oog valt op drie verweerde zwart-wit foto’s van een rokende man. “Een markante stamgast?” vraag ik. Boris denkt even na. “Een foto van de laatste sigaret die hier binnen is gerookt.” Vervolgens komt het gesprek op de prettige bijverschijnselen van het rookverbod. Wie buiten een peuk opsteekt, komt weer naar binnen met nieuwe verhalen. Het rookverbod zorgde voor meer beweging in de kroeg en daardoor voor meer sociale interactie. Ik knoop mijn jas dicht. Boris en Luc vertrekken tegelijk met mij. Later op de dag hebben ze nog een afspraak. Ze gaan samen hardlopen, dat doen ze sinds enige tijd, opdat ze in conditie blijven. Een geruststellend gegeven, want wie in conditie wil blijven, kijkt uit naar een gezonde toekomst.

terug

kroegbezoek

op

medische

indicatie

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur horeca inrichting Duurzaam interieur Beleving in de horeca Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Bruin café Gastvrijheid terug