Herfstgeluiden

- 20 October 2017 door Edwin Timmers -

Ik zie een boerenfox in de verte. Helaas fiets ik naar die verte toe. Omfietsen? Nee, toch maar niet, gewoon tanden op elkaar en vaart maken, want ik heb over pakweg tien minuten een afspraak en daarvoor moet ik voorbij het waakse diertje, wil ik niet te laat komen. De boerenfox doet niks, is me altijd ingewreven. Toch heb ik er te vaak een aan mijn broekspijp gehad om het nog te willen te geloven.
Lang geleden fietste ik pardoes over zo’n keffertje heen. Het schrok er zelf ook van en spoedde zich verslagen terug het erf op, willekeurig blaffend tegen brutaal vallend blad. Vandaag heeft één voordeel: het weer is zo fantastisch, dat het een hond aan mijn broek tot een akkefietje degradeert. Ik zweet omdat ik me op de herfst kleedde. Een felle najaarszon maakt tegenstrijdige gevoelens los, enerzijds ben ik onvoorwaardelijk blij en anderzijds speelt weemoed op omdat ik weet dat het een van de laatste zonnige dagen is voordat grauwheid maandenlang over het uitspansel gaat heersen.

De man heeft zich voorbereid, waarmee ik zeggen wil dat hij zijn eigen verhaal op orde heeft. Hij schudt me de hand en begint aan een monoloog van vijf kwartier. Geeft niet, want zijn verhaal kan het hebben. Maar een interview kan ik het niet noemen. Ook niet erg, want het is voor een advertorial. Ik luister en schrijf. “Ieder zijn meug, zei de boer, en kuste zijn zeug,” laat hij zich tegen het einde ontvallen. Deze kende ik nog niet en noteer ik dus gretig.

Zijn introductie duurt ongeveer een half uur en behelst de historie van zijn ondernemerschap. “Dit hoef je niet op te schrijven,” zegt hij na het halve uur. “Niet interessant voor een advertorial.” Neemt niet weg dat het wel een interessant verhaal was.

Vier jaar geleden lag hij vier maanden achtereen in het ziekenhuis. Hij belandde er met een onverklaarbare ondraaglijke hoofdpijn. De eerste maanden van het verblijf is hij helemaal kwijt, niets herinnert hij zich ervan. Lopen en drinken uit een beker lukte hem niet meer. Geregeld lag hij met spasmen in bed. En dan, plots, op een ochtend, wordt hij letterlijk en figuurlijk wakker: “Ik was er weer. Wist je dat elke kamer in het ziekenhuis een kalender heeft? Ik werd wakker, keek op de kalender en besefte plots dat ik drie maanden verder was.” Deze ervaring heeft duidelijk grote invloed op zijn huidige leven gehad. Hij gedraagt zich als een tweede-kanser, zijn inzichten hebben een filosofisch randje. We worden iedere dag wakker en beseffen niet half hoe geweldig dat is.

Het is eigenlijk meer een kruising tussen een tekkel en een boerenfox, de verlaagde variant, zeg maar. Aan welk geluid denkt u als een hond vanaf een erf full speed op u af komt? Ik ben bijna bij de oprit en het hondje dribbelt al in mijn richting. Het blaft echter niet. Sterker nog, de fox slaat niet eens acht op mij. Ik passeer de viervoeter die op een paar meter van me vandaan zijn snuit op de grond heeft. Onder zijn pootjes kraakt opgekruld bruin herfstblad. Dit kraken trekt door heel mijn lijf. Het is herfst, besef ik opeens. Nooit eerder kwam dit jaargetijde zo plezierig bij me binnen. Het was alsof ik wakker werd.
terug

is

herfst