Kurkgeld, nooit van gehoord

Kurkgeld, nooit van gehoord

Zelfs als je het woord kurkengeld nooit eerder hebt gehoord, voel je waarschijnlijk al waar het heen gaat. Iets met een fles. Iets met een restaurant. Iets met de rekening die altijd net iets vindingrijker blijkt dan je dacht. Volgens een website is kurkgeld “het bedrag verschuldigd ter zake het in de ruimten van een horecabedrijf nuttigen van niet door dat horecabedrijf verstrekte drank.” Een zin waar je even op moet kauwen, maar die in gewone mensentaal betekent: je neemt je eigen fles mee, de horeca schenkt hem uit, en daar betaal je voor.

Niet zo gek eigenlijk. Iemand moet die fles aanpakken, openen, inschenken, de glazen neerzetten, de tafel dekken, de afwas doen en ondertussen ook nog zorgen dat jij niet het gevoel hebt dat je in een buurthuis met linnen servetten zit. Een restaurant is nu eenmaal geen picknicktafel met bediening. Het is een commerciële ruimte. Een toneel. Een machine. En die machine draait niet op romantiek alleen.

Tot het schrijven van deze blogpost had ik nog nooit van kurkengeld gehoord.

Jaren geleden vertelde een journalist me dat kurk schaars was. Dat wijnproducenten daardoor op zoek moesten naar alternatieven. Schroefdoppen bijvoorbeeld. De uitdaging zat niet in de dop zelf, maar in het hoofd van de drinker. Die moest leren geloven dat een fles wijn zonder kurk niet automatisch een karakterloos supermarktwezen is.

Dus toen John van Tribe me tijdens het nuttigen van een pint wees op het bestaan van kurkengeld, dacht ik heel even dat hij het had over statiegeld op kurken. Vijf cent per ingeleverde kurk. Niet eens zo’n slecht idee. De wereld heeft vreemdere systemen bedacht.

Daarna dacht ik aan kubelgeld.

Kubelgeld was ooit een fooi uit de bouw. Een kubel is zo’n grote stalen kegelvormige bak aan een torenkraan waarmee beton in de bekisting wordt gestort. Chauffeurs van betonwagens werden geacht die lege kubel steeds netjes achter hun wagen te leggen, zodat hij opnieuw gevuld kon worden met verse beton. Officieel kwamen ze alleen beton brengen. In de praktijk deden ze net iets meer. Daar stond dan een gulden per gevulde kubel tegenover. Op een drukke dag een aardige bijverdienste. En de aannemer spaarde weer een kubelmannetje uit.

Misschien, dacht ik, is kurkengeld wel zoiets. Een klein bedrag per ontkurkte fles. Een fooitje voor de bediening. Een praktische beloning voor het openen van andermans goede bedoelingen. Ook geen gek idee. Maar blijkbaar niet de praktijk.

Het is eerlijk gezegd nog nooit in me opgekomen om zelf drank mee te nemen naar een restaurant. Niet uit principe. Meer omdat het voelt alsof je met je eigen kussen in een hotel komt aanzetten. Toch bewijst het bestaan van kurkengeld dat het gebeurt. Vaak genoeg zelfs om er een woord voor te hebben. En zodra iets een woord krijgt, is het geen uitzondering meer. Dan is het cultuur.

Mijn zoon studeerde en woont in Utrecht. Zijn favoriete kroeg rekent geen kurkengeld. Sterker nog: daar mag je zelf eten meenemen of laten bezorgen, zolang je je drankjes maar aan de bar bestelt. Pizzabrommers rijden af en aan. Kartonnen dozen op tafel, glazen bier ernaast, studenten die doen alsof dit altijd al de bedoeling was. En de uitbater? Die blijft vrolijk. Vriendelijk zelfs. Alsof hij allang begrepen heeft dat gastvrijheid soms betekent dat je de wereld niet te strak moet willen organiseren.

Volgens mijn zoon zie je het in meer Utrechtse kroegen en koffiehuizen. Zelf eten mee, drank van de zaak. Een soort omgekeerd kurkengeld, maar dan zonder rekeningpost en met tomatensaus op tafel.

Alleen weet hij niet hoe die praktijk heet.

Misschien is er nog geen woord voor.
Maar het verdient er wel één.

Terug Volgende
Edwin Timmers

Edwin Timmers

muzikant | schrijver | stamgast

Edwin is muzikant. Geen brave. Hij richtte ooit de legendarische punkband Jabberwocky op - genoeg gezegd. Maar naast het podium is hij ook tekstschrijver en chroniqueur van het alledaagse. Voor Tribe schreef stamgast Edwin ruim drie jaar lang vrijwel dagelijks een blog. Als een fly on the wall streek hij neer in uitspanningen in zuid Nederland. Soms met de auto, soms met het openbaar vervoer, soms gewoon op de fiets - niet om ergens snel te zijn, maar om het echt te ervaren. Hij keek scherp. Met lichte ironie. Zonder oordeel, maar ook zonder filter. Hij observeerde stamgasten, barkrukken, vergeelde menukaarten en gesprekken die halverwege bleven hangen. De verhalen van Ed zijn nog altijd terug te lezen in onze blog - momentopnames van plekken waar het leven zich gewoon afspeelt, glas in de hand.

WhatsApp