Muziekcafé Helmond: een interieur als van een nachtclub voor doorzakkers

- 14 November 2021 door Edwin Timmers -

Tribe maakte het ontwerp en bouwde het interieur voor een nieuwe horeca-zaak in Berkel-Enschot. Eetbar Aards is de naam. Ik zag er foto’s van en dacht meteen: daar wil ik naartoe. Binnenkort hier dus een verhaal over Aards in Berkel-Enschot. Vandaag vertel ik over een cafébezoek dat ontaarde in een kroegentocht. Spil van de avond was Eindhoven Centraal, waar ik met andere ogen naar leerde kijken. Had de drank me de ogen geopend?

Een goed interieur ontvangt je met open armen, je voelt je er op je gemak. Maar een geslaagd uitje vraagt om meer. Als ik het ergens niet naar mijn zin heb, ga ik naar huis. Het voordeel daarvan is het uitblijven van een kater. De keren dat ik een kater had, was het dus gezellig. Afgelopen zaterdag werd ik in een lam lijf wakker. Vrijdagmiddag had ik een afspraak in Eindhoven. De afspraak had niet meer om het lijf dan bier drinken en buurten. Om vier uur zette ik de eerste fles aan mijn lippen. De laatste dronk ik rond elven leeg in Helmond. “Kunnen jullie nou echt niks anders dan zuipen?” vroeg mijn moeder ooit toen ik twintig was. Een jaar later begon ik een band, waarmee het bewijs van het tegendeel bewezen was. In zekere zin, want de band was naast een muziekgezelschap een bond van vier drinkebroers. Drinken is nu eenmaal een prettig tijdverdrijf.

Met de trein van Den Bosch naar Eindhoven. In de ontvangsthal van Eindhoven Centraal probeer ik een citaat van Piet Mondriaan, dat in gele neonletters aan de wand hangt, te begrijpen.

“Conventie, een soort herinnering, is het grootste beletsel om ieten van leven en kunst.”

Een schrijffout! Wat is ieten? Dan pas dringt tot me door dat er letters ontbreken. De ontbrekende letters vormen samen het woord ‘tegen’. Frappant.

“Conventie, een soort herinnering, is het grootste beletsel om te genieten van leven en kunst.”

Genieten van leven en kunst komt voort uit dat wat je niet gewend bent. Zo bezien is het niet het drinken dat me laat genieten, maar wel de ontmoeting met mensen waarmee ik zelden wat drink.

We treffen elkaar bij Burgers in Eindhoven. Burgers is geen café, maar een huiskamer, zegt de jongeman achter de bar. In een huiskamer gelden andere regels, stel ik me voor. Welke regels, dat weet ik niet. De jongeman zegt dat Ron en Rob er al zijn. Niet hun echte namen trouwens – lijkt me beter.

Een paar jaar geleden schreef ik al eens over Burgers voor Tribe. Nog steeds een prachtige plek. Het heeft de sfeer van jongerencentrums van dertig jaar geleden. Het interieur is vermoedelijk gemaakt door klussende vrijwilligers. Resten verf in roestige verfblikken bepaalden indertijd het moodboard. Veel geel tegen rood. Gedempt gelig licht dat warmte brengt tegen het donkeren dat zich buiten voltrekt.

Achterin zit Hans met zijn platenzaak, een piepkleine ruimte vol met platen. Achter de halfronde balie zit hij met zijn gasten bier te drinken en platen te draaien. Zijn smaak in ontegenzeglijk breed; wat hij op de platenspeler legt is telkens een verrassing. “Ik ben failliet gegaan aan mijn brede smaak,” zal hij later deze namiddag met een gulle lach opmerken.

Er hangt iets in de lucht. Noem het de magie van de ontmoeting. De komende vier uur praat ik, nee, voer ik gesprekken, want ik luister ook. Het gaat van beeldende kunst naar filosofie, en van punkrock naar goeie films en het Brabantse dialect. Soms zeikt men elkaar plagerig af of bespot iemand zichzelf. De sfeer is ontspannen en de gasten zijn aardig, geïnteresseerd en eerlijk. Het lijkt wel een droom. Iemand van Burgers komt naar me toe met de vraag of ik hier voor het eerst kom. Hij stelt zich voor en we laveren ons al ouwehoerende door de beschikbare storthoop aan gespreksonderwerpen. Aan de rooktafel probeer ik een gesprek van drie anderen te volgen. Een gesprek over de manco’s van een bepaalde programmeertaal. Prima gesprek, maak ik op uit de geanimeerde gezichten van de drie.

Om acht uur vindt Hans het wel weer mooi geweest. Hij laat zich door Ron nog verleiden tot een laatste fles bier en dan nemen we afscheid. Buiten stelt Ron voor om naar het Muziekcafé in Helmond te gaan, want daar spelen vanavond twee ‘coole’ bands. Goed argument om te gaan, vind ik, maar ik zeg nee omdat ik bang ben om de laatste trein naar Den Bosch te missen. “Zeur niet, man,” reageert Ron. “Acht minuten treinen en we staan in Helmond.” We lopen naar het station.

Het is zo’n avond waarin je opeens verliefd wordt op Eindhoven Centraal, op het gebouw. Ron vindt mijn liefdesverklaring wat overtrokken. “Wist je dat het vooraanzicht van het gebouw gebaseerd is op het uiterlijk van een transistorradio?” Wist ik niet. Natuurlijk check ik deze bewering een dag later bij Wikipedia, dat hierover het volgende zegt: “Het huidige stationsgebouw werd gebouwd in 1956 naar een ontwerp van architect Koen van der Gaast. Er is vaak beweerd dat het gelijkenissen vertoont met een Philips-radio uit die tijd, maar zo'n radio heeft nooit bestaan en het zou ook niet passen binnen de functionalistische opvattingen van Van der Gaast.” Verder zegt Wikipedia dat het station in de visie van de architect geen verblijfsfunctie mocht hebben: het was enkel bedoeld als doorgangsruimte. Toch sta ik me aan de grond genageld te vergapen aan de ruimtelijke schoonheid van de enorme ontvangsthal. Volgens Rob is de restauratie boven de hoofdingang best goed. Ook dat check ik een dag later.

“Deze iconische plek moet dan weer de huiskamer van de stad worden,” zegt Jeroen Veldkamp van Coffeelab, de horecazaak die sinds vorig jaar boven de hoofdingang zit, in een webartikel van het Eindhovens Dagblad. Nog een huiskamer! Bij het zien van de foto’s bij het artikel dacht ik: daar moet ik naartoe. Koffiedrinken achter een metershoge glaswand over de volle breedte van het pand met uitzicht over het stationsplein.

Op het perron word ik op mijn vingers getikt door een vriendelijke conducteur omdat ik sta te roken. “Je hebt geluk dat ik en niet een handhaver je hierop wijst,” zegt hij. “Ik heb je veel geld bespaard.” Moet ik hem een fooi geven? Opeens rent Rob weg van het perron. Een paar minuten later verschijnt hij weer met drie blikken bier in zijn hand en een lach op zijn gezicht. Ondertussen vergeet ik een treinkaartje te kopen.

Muziekcafé Helmond is een smalle zaak met links een lange bar en achterin een laag podium. Tegen de achterwand van het podium hangt een groot geplooid roodvelours gordijn. Het is dit rode gordijn dat het café de uitstraling van een nachtclub geeft. Typisch een podium waarop een afgetrainde paaldanser zijn kunsten ten beste geeft. Tegen het gordijn is een lichtbak van het bedrijfslogo gehangen. Ron vindt dat lelijk.

Zonder het gordijn zou het Muziekcafé een gewone stamkroeg zijn. Degelijk donker interieur en Bavariabier uit flessen.

Fleur, zo heet de eerste band, genoemd naar de zangeres die Franse sixtiesbeatliedjes zingt. Een mooie band, lekkere liedjes, maar het spat niet. Ik vind het wat braaf. Iedereen blijft maar bier halen. Ik denk aan de trein die ik moet halen en de drank begint mijn hoofd te annexeren. Net voordat de tweede band begint, vertrek ik.

Voor de derde keer op Eindhoven Centraal. De laatste sprinter vertrekt over een half uur. Het perron loopt gestaag vol met jongeren die van de kroeg komen. Een genot om te zien hoe ze blijven sjansen in hun zondagse kleren. “Leuk mutsje, meneer,” merkt een gevatte jongeman op over de muts die mijn kale kop aan het zicht onttrekt.

Ron appt me op zaterdagochtend dat hij met Rob naar het ziekenhuis is geweest. Gat in zijn hoofd gevallen op het toilet in het Muziekcafé. “Maar allemaal goed gekomen!”

terug

de

huiskamer

van de

stad

Horeca interieur horeca inrichting Inspiratie voor ondernemers Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Café interieur Bruin café Industrieel interieur industriële inrichting Gastvrijheid terug