Er zijn van die briljante ideeën die alleen kunnen ontstaan uit pure noodzaak. Dit is er zo één.
Stel je voor: je verkoopt autobanden, maar niemand rijdt auto. Dat was de situatie waarin de broertjes Michelin zich eind negentiende eeuw bevonden in hun fabriek in Clermont-Ferrand. Frankrijk telde toen misschien drieduizend auto’s. In Parijs reden er een paar honderd over de boulevards.
Niet bepaald een bloeiende markt voor banden.
Dus bedachten ze iets slims. Of beter gezegd: iets geniaals.
Als mensen niet rijden, geef ze dan een reden om dat wel te doen.
Zo brachten de broers al in het jaar 1900 een gratis boek uit voor automobilisten. Een dikke, 400 pagina's tellende gids vol kaarten, adressen van garages, tankstations, hotels - en praktische tips voor mensen die zich met hun sputterende gebakjes op de stoffige Franse wegen waagden. Hoe vervang je een band? Waar kun je overnachten? Heeft het hotel een telefoon?
Kocht je een set Michelinbanden, dan kreeg je het boek cadeau.
De redenering was simpel: hoe meer mensen rijden, hoe sneller hun banden slijten en des te sneller ze nieuwe nodig hebben. En dat bleek te werken, al in het eerste jaar lieten de broers er 35.000 van drukken.
Twintig jaar lang elk jaar een nieuwe gratis gids, maar dat veranderde van het ene op het andere moment toen broer André tot zijn schrik zag dat zijn geliefde gids in een bandenshop werd gebruikt om een werkbank te ondersteunen. Blijkbaar heeft iemand pas respect voor iets als hij ervoor betaald, zo bleek. Dus kwam er een nieuwe gids, niet meer gratis, je betaalde voortaan 7 franc voor het ding. Bovendien besloot Michelin dat de gids niet alleen moest vertellen waar je kon slapen of tanken - maar ook waar je goed kon eten. Reizigers reden immers steeds vaker voor hun plezier door het land. En onderweg wilden ze meer dan een bord lauwe soep.
De echte revolutie, die liet nog even op zich wachten en kwam in 1926, in dat jaar bedacht Michelin een nieuw symbool voor de gids: een ster. Een kleine markering die betekende dat een restaurant bovengemiddeld goed was. Pas 5 jaar later groeide dit idee uit tot het beroemde systeem van één, twee of drie sterren, maar tot die tijd was Michelin nog verrassend naïef. Restaurants leverden namelijk zelf informatie aan over hun menu’s en prijzen. In hotels lagen notitieboeken waarin gasten hun mening konden schrijven. Eén keer per jaar haalde Michelin die boekjes op en verwerkte de opmerkingen in de volgende gids.
Dit systeem hield precies stand tot het moment dat Michelin besefte dat de chefs - hoe zullen we het zeggen - niet altijd volledig eerlijk zijn over hun eigen kookkunsten. Dus verschenen er inspecteurs en worden vanaf 1936 de beoordelingen officieel gepubliceerd. Bijna een eeuw verder is er hierin weinig of niks veranderd, een inspecteur reserveert een tafel, bestelt verschillende gerechten van de kaart, noteert zijn observaties en verdwijnt weer. Niemand weet wie ze zijn. Niet de chef, niet de ober, niemand.
Koks die een ster kregen, werden beroemd. Ze schreven kookboeken, verschenen op televisie, openden restaurants over de hele wereld. Met de roem kwam ook de druk: elke avond perfectie leveren, elke dag opnieuw. En zo groeide een simpele bandenmarketingtruc uit tot de machtigste culinaire graadmeter ter wereld. Vandaag kijken chefs overal ter wereld nerveus naar dezelfde kleine rode ster. Sommigen dromen ervan. Anderen vrezen hem.
En ergens zouden de broers Michelin waarschijnlijk glimlachen.
Want uiteindelijk was het hele idee simpel.
Laat mensen rijden.
Laat ze onderweg eten.
De kilometers vragen vanzelf om nieuwe banden.
note; In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, worden de Michelin sterren alleen toegekend voor de kwaliteit van de keuken die een restaurant op een bepaald moment aanbiedt. Ze houden geen rekening met de service, het servies of de sfeer van een restaurant. Deze aspecten worden door de inspecteurs gedocumenteerd, maar worden niet meegenomen in de beslissing om een etablissement te onderscheiden.
Terug Volgende
ontwerper | directie Tribe
John is niet alleen ontwerper en de oprichter van Tribe. Hij is een verhalenjager. Iemand die een ruimte binnenloopt en meteen voelt waar het schuurt, waar het leeft - en daar iets mee doet. In deze blog lees je geen opgepoetste succesverhalen, maar observaties van onderweg. Verhalen waarin zijn liefde voor het vak onmiskenbaar doorklinkt. Na meer dan dertig jaar interieurs ontwerpen heeft hij een scherp instinct ontwikkeld voor wat mensen raakt. Zijn interieurs zijn geen aankleding, maar beleving - gelaagd, eigenzinnig en altijd met een verhaal. Van grote opdrachtgevers als Philips, Disney, Panasonic, John de Mol Producties en Schiphol tot plekken als De Fabrique, Theater Orpheus, strandpaviljoen Oost of café Mout - Van Niftrik brengt overal dezelfde energie. Of het nu een multinational is of een dorpscafé: elke ruimte verdient karakter. blijft hangen.