Villa Augustus; Een middelvinger en tegelijk een liefdesbrief

- 29 september 2025 door John van Niftrik -

Er zijn van die wegen die in je systeem blijven hangen als een slecht nummer dat je niet uit je kop krijgt. De oude N279 was er zo eentje. Den Bosch-Helmond, tweebaans asfalt langs de Zuid-Willemsvaart. Een weg waar je vanzelf te hard reed, altijd nét onder de honderd, een soort provinciaal roulette. Tot de flitspalen kwamen en de ziel eruit werd getrapt.

Op weg naar Dordrecht kreeg ik weer even dat gevoel terug. Een miezerige dag, de hemel laag en grijs. Het landschap? Half industrie, half haven, een decor voor een film waar niemand gelukkig eindigt. Precies goed dus.

Bestemming: Villa Augustus. Een voormalige watertoren aan het Wantij. Een hotel op een voorheen desolate plek,  zo smaakvol gerestaureerd, dat het tegelijk een middelvinger en een liefdesbrief aan de stad is. Je rijdt ernaartoe via de A15, aan je rechterzijde passeer je nog cafetaria Sneeuwwitje en dan, alsof je door een parallel universum rijdt: de toren. Wauw!

Voor ons, kamer 20. De torenkamer! De receptioniste kijkt alsof ze net iets te scheutig is geweest met de azijn in haar salade en overhandigd me met frisse tegenzin de sleutel. Een échte. Zwaar, aluminium, zo'n knots die je met geen mogelijkheid zonder opmerkingen in je broekzak meeneemt. Nee, hier geen onpersoonlijk pasje dat je bij de eerste de beste windvlaag kwijt bent. Dit is een sleutel die je serieus neemt.

De lift? Aan de buitenkant tegen de toren geplakt. Esthetisch verantwoord en bovendien slim. Ruimte besparen en je krijgt er een panorama bij dat je bij elke verdieping verder uit je jas blaast. Water, hollandse luchten, industrie. Onverbiddelijk en mooi tegelijk.

Boven, na een smalle gang, de kamer. En dan: wauw. Geen flauwe marketing-wow, maar een klap in je gezicht. Zware stalen geklinknagelde spanten, houten balken, het dakbeschot dat ruikt naar geschiedenis. Ingericht met moderne kunst en vintage kringloopvondsten aan de wanden, designmeubeltjes, fluffie kussens. Dit is geen hotelkamer. Dit is een plek met geheugen. 

De badkamer: witte metrotegels, praktisch, clean. In de hoek: een stalen wenteltrap. Zo’n trap die roept: kom omhoog, of blijf laf beneden. De wanden, centimeters dik geklonken staal van het voormalige waterbassin waar tonnen water het gevecht met de zwaartekracht aangingen.

Bovenaan de trap; een glazen stolp bovenop de toren. Een serre met 360 graden uitzicht, overal licht. Water en lucht in alle richtingen. Beneden het pompgebouw en de moestuin, zo perfect dat het bijna kitsch zou zijn—als het niet zo verdomd indrukwekkend was.

We trekken een fles rode wijn open. Niet chic, gewoon noodzakelijk. Een boek erbij, maar de letters dansen zinloos over de pagina. Hoe zou je ook kunnen lezen, terwijl de wereld zich in slow motion rondom je uitrolt alsof hij zegt: kijk verdomme, kijk! dit is veel belangrijker dan dat verhaal.

Dit is geen plek voor mensen die hun weekend willen vullen met wellness, bubbels bij het ontbijt en een selfie bij de spa. Dit is een plek die prikt, schuurt, je wakker schudt. Dit hotel laat je voelen dat gebouwen, net als mensen, littekens en verhalen dragen. Soms lelijk, soms verbluffend. Zonde om ze weg te poetsen.

Boek het voor één nacht. Eet wat de seizoenen te bieden hebben beneden in het pompgebouw. Loop de stad in., of beter nog, ga via het water. Maar verwacht geen gladgestreken citytrip. Dit is geen uitstapje. Dit is een fuck you tegen voorspelbaarheid. Dit is een reset—de rauwe, eerlijke soort. Fantastisch!

Terug Volgende
Villa Augustus; Een middelvinger en tegelijk een liefdesbrief
WhatsApp