Actrice

- 10 November 2017 door Edwin Timmers -

Ze beweegt als een clown. Als ze van haar kruk opstaat en naar het toilet loopt, lijkt ze bij elk tafeltje roosjes uit te delen. Maar ze deelt geen roosjes uit, ze zwalkt. Bovendien zijn de tafeltjes op dit vroege tijdstip onbemand. Haar gezicht verraadt zelfs zonder schmink een uitzichtloos bestaan van slecht getimede grappen en grollen in de circuspiste. Bij terugkomst zit er een man in een te ruim pak op haar kruk. De kruk ernaast is vrij, dus die wordt haar nieuwe vaste plek.
“Is ie nog warm?” vraagt ze de man. Hij kijkt haar aan vanuit zijn gekrompen hoofd waaroverheen een eveneens te ruime haardos is gedrapeerd. “Lekker warm. Ja, lekker warm,” antwoordt hij uitdrukkingsloos. De vrouw wiebelt instemming met haar hoofd en graait haar portje voor zijn neus weg. Ze spoelt ermee haar droge mond en zet het lege glaasje met een ferme tik op de bar.

“Was u clown?” vraagt hij, niet wetende dat deze woorden de oorzaak zijn van de minutenlange stilte die erop volgt. Haar gezicht is gedurende deze minuten een speelvloer voor emoties. Ergens in de tweede minuut lijkt de pijn van barensweeën haar gezicht aan flarden te trekken. Wanneer tenslotte pijn, vreugde, genot en huivering zijn uitgedoofd, zegt ze: “Nee, ik was geen clown. Euhm, dat u dat dacht, vind ik. Hahaa, euhm, grappig. Grappig. Dat u dat dacht.”

“Ik was clown,” zegt hij. “Niet eens een slechte.” Ze bekijkt hem eens goed en valt daarbij bijna achterover van haar kruk. Hij springt op en legt zijn handen op haar schouders. “Lekkere handen hebt u,” brengt ze uit. “Maar u bent te hoekig voor een clown. Kon u mensen lachen. Ik bedoel, lachen ze om u?”

Hij steekt een hand in de zak van zijn colbert en meteen spuit er een straal water uit het hart van de margriet op zijn revers. De straal raakt haar vol in het gezicht, waarop er opnieuw een karavaan van emoties op voorbij trekt. Dan beginnen haar schouders te schokken. Ze gooit haar hoofd achterover om een grote brok lach uit haar keel te bevrijden. Ze dreigt wederom achterover te vallen, maar hij heeft zijn handen alweer op haar schouders. “U heeft fijne handen,” zegt ze.

Hij wenkt de barman. “Was u in het theater dan?” vraagt hij de vrouw. Ze zucht: “Ik was in verzekeringen. Euhm, ja, eerst in verzekeringen en toen in het geld.” Hij legt vijf euro op de bar en slaat zijn pint achterover. “Doe mevrouw hier nog een portje,” zegt hij, wijzend op het bankbiljet, tegen de barman. Voordat hij de zaak uitloopt, richt hij zich ten leste male tot de vrouw: “Er schuilt een actrice in u.”

De vrouw staart voor zich uit en mompelt: “Actrice ja, in het theater van het geld.” Dan richt ze zich tot de barman: “Maar, weet u, daar heeft niemand me ooit opgevangen.”
terug

hier

nog

een

portie