Afdeklijstjes

- 05 October 2018 door Edwin Timmers -

Zondag. Twee feestjes. Het eerste start om twaalf. Met slagroom? Lekker! Een taartpunt met slagroom bij een stevige kop koffie. Een flinke taartpunt, omdat ik er nog van moet groeien. De tweede kop sla ik vriendelijk af om aan te kunnen sluiten bij de bierdrinkers. Het is reeds half een.
Alle sociale vaardigheden heb ik in stelling gebracht. Ik ben alert, het loopt gesmeerd. Het is okay, al blijft het op momenten manoeuvreren, slikken zogezegd. De mantel der liefde is eindig, losse eindjes en andere slordigheidjes in gesprekken hopen zich op. Het is niet mijn taak om elke scheve gedachte, elke kromme mening recht te maken. Een paar flessen Juup maken het draaglijk.

Ongeschonden, doch al wat licht in het hoofd, arriveer ik even na drieën op feest nummer twee. De meeste aanwezigen heb ik al enige tijd niet gezien. Een jonge vrouw vertelt over haar nieuwe baan. Eerder dacht ik dat ze was gegoten uit pure zelfverzekerdheid. Nu blijkt ze opvallend kwetsbaar en dat stemt me mild. Niettemin merk ik dat al het gekeuvel voor de lieve vrede zijn tol begint te eisen. Een oudere vrouw vertelt over de hoogteziekte van haar zoon, die, naar ik inschat, de veertig gepasseerd moet zijn. Hij belde met haar vanuit Chili. “Mama, wat ben ik ziek geweest,” zou hij gezegd hebben. De oudere vrouw herhaalt dit in een paar minuten minstens drie keer. Het begint me te ergeren. Alles begint me te ergeren. Lege flessen worden ongemerkt vervangen door volle.

De bouw wordt geïntroduceerd als gespreksonderwerp. Op zich interessant, maar niet als weer eens de exorbitant hoge prijzen van keukens worden verketterd, of de slordigheidjes van een bijziende stukadoor. Als ik mezelf ga afvragen wat de functie van een huis is, wordt het tijd om te gaan. Wonen op zich hoeft niet moeilijk te zijn. Ik probeer de verwondering van een vriend over het afbouwproces in het gesprek te brengen. Hij had gemerkt dat afbouwen neerkomt op het wegmoffelen van onvolkomenheden. Plinten, architraven, afdeklijsten, enzovoort. Ik dacht terug aan een Engels toilet. De bril lag op de pot en op de bril lag het deksel. Op het deksel lag een gehaakt kleedje en op het kleedje stond een vaas met kunststof bloemen. Net op tijd had ik de bril omhoog. Soms is er veel nodig voor schone schijn.

Om zeven uur stap ik op eigen erf van mijn fiets en ren ik vanwege hoge nood naar het toilet. Op het wasbakje onder de kraan ligt een stapeltje. Onderop drie boeken: Mindgym (‘sportschool voor je geest’), Bruiloft, een toneelwerk van Elias Canetti en een bundel van Carmiggelt. Bovenop ligt Blue Wonder, een verpakking van 80 ‘desinfectie reiniger doekjes. Het is een bende in mijn hoofd, twee feestjes op zondag is ruim aan de maat. Ik overweeg de verpakking Blue Wonder leeg te eten. Voor innerlijke hygiëne. Ter verwijdering van aangekoekte gespreksresten.
terug

ruim

aan

de

maat