De uitbater juicht

- 17 July 2018 door Edwin Timmers -

Als horeca-ondernemer doe je je best om je zaak leuk in te richten en aan te kleden. Een verrassend ontwerp uitgevoerd in zinnenprikkelende materialen en kleuren. Eens in de zoveel tijd steek je je zaak in het nieuw. De oplevering van het opgefriste interieur is een heuglijk moment. Daar sta je dan als trotse uitbater bij de heropening.
Daar sta je dan en je ziet je zaak vollopen met mensen in oranje. Een enorme monochrome meute die op sloganeske wijze communiceert: hup Holland hup en olé olé olé. Je verwachtte een divers publiek en gaf de interieurontwerper de opdracht dat publiek voor ogen te houden. De ontwerper begreep jou en sloeg aan het schetsen. Reikhalzend keek je uit naar het resultaat.

Steeds vaker trekken Nederlanders hun oranje kloffie aan. Nog niet eens zo heel lang geleden ging men alleen in oranje als het nationale voetbalelftal iets op Europese of wereldwijde schaal presteerde. Tegenwoordig zijn interlands van het nationale korfbalteam al aanleiding genoeg. Sinds enkele jaren trekt een oranje schare achter Max Verstappen aan de wereld over. Duizenden menselijke worteltjes doen een vogeltjesdansachtige dans op een vervaarlijk schuddende tribune. Nog even en Nederland is op satellietfoto’s te herkennen als oranje vlek.

Nederlanders lijken een tweede huid nodig te hebben om iets van verbinding te voelen. Heeft deze tweede huid de kleur oranje dan zijn taal en afkomst geen barrière meer; dan is er verbinding. Mooi natuurlijk, dat gevoel van saamhorigheid. Toch voel ik mee met de horeca-ondernemer die investeerde in een prachtig interieur, dat hij of zij van lieverlee een hele zomer lang moet bedekken onder oranje slingers, posters en spandoeken. En dan opeens is de sportzomer voorbij. De uitbater juicht.
terug

de

sportzomer

is

voorbij