Die schoenen mogen niet weg

- 12 December 2017 door Edwin Timmers -

Boven op de kast, achter een doosje met knopen, staat een geborduurde golden retriever in een gouden lijstje. Hang het ding op of gooi het weg, zei mijn vriendin, met de nadruk op het laatste. Ergens heeft ze gelijk. Een la vol afgetrapte gympen. Ook al zoiets. Waarom gooi ik die niet weg?
Dat ik me aan sommige dingen hecht, zal met de herinnering eraan te maken hebben. Ik voelde me goed op die schoenen, ik kijk met plezier op onze samenwerking terug. Ik liet mijn voeten lopen en de schoenen mochten mee op voorwaarde dat ze bescherming boden. Voorwaardelijke liefde.

De geborduurde golden retriever nam ik over van een vrouw die er vanaf wou, maar de kliko een te grote stap vond. De garen hond de deur wijzen voelt als een verraad aan die vrouw. Toch weet ik zeker dat ze geen kik geeft als ik het ding overdraag aan de mensen van de afvalverbrandingsoven. Mocht de oudtante van wie zij het kreeg haar vragen waar toch die golden retriever gebleven is, kan ze altijd zeggen dat ze er iemand die hem heel graag wou hebben blij mee maakte. Ik zal ooit hetzelfde doen. Het is een keurig werkje, de hond net echt. Iets voor u?

Gisteren zag ik televisiemaker Jelle Brandt Corstius een zeehondknuffelrobot aan een dementerende vrouw geven. De vrouw begon het zachte kunstdier meteen te aaien. Het diertje bewoog het hoofdje en maakte tevreden geluidjes. Is dit de toekomst van de zorg voor dementerende bejaarden, vroeg Brandt Corstius zich af. De knuffelrobot in ieder geval wel. De reden daarvoor was af te lezen aan het gezicht van de dame met de deels verdwenen geest: ze straalde vertederd, ze had zich al aan de machine gehecht.

De zorgrobot komt er ook. Maar, een machine die zorghandelingen uitvoert, is dat wel wenselijk en menselijk? Dat kun je mensen toch niet aandoen, is een vaak gehoorde opmerking. Wat je echter nooit hoort is wat de mens, die de robot inzet, zichzelf aandoet. Wat doet een robot met de mensen die in principe de zorg met eigen handen kunnen leveren? Wat gebeurt er kortom met de medemenselijkheid in het algemeen als we dergelijke taken aan robots uitbesteden? Dreigt er dan niet onverschilligheid voor de hulpvraag van anderen?

Jelle Brandt Cortius vraagt aan een Japanse geestelijke of de dingen een ziel hebben. Ja, zegt de geestelijke en steekt een verhaal af dat raakvlakken heeft met de filosofie van Spinoza. God bezielt de natuur, dus alles wat de mens uit de natuur maakt, is bezield.

Of ze nu wel of niet een ziel hebben, we hechten ons aan dingen. Er zijn denkers die menen dat alle communicatie via dingen verloopt – niet geheel onterecht scharen zij woorden en gebaren ook onder de dingen. Voor veel mensen is het eerste ding waar ze aan hechten een knuffeldier. Een knuffel heet een transitional object in de psychoanalyse. Als mama (of papa) even niet in de buurt is, bijvoorbeeld ’s nachts, dan vervangt de knuffel tijdelijk de ouders. Tijdens het opgroeien vergroot onze vertrouwde wereld gestaag via een toenemend aantal vertrouwde objecten. Op zeker moment zijn we oud genoeg om zelfstandig te gaan wonen en het eigen huis met zelfgekozen objecten in te richten. Zo bouw je een vertrouwensband met het huis, dat hierdoor ras een thuis wordt.

Kijk thuis maar eens aandachtig rond en vraag je bij elk ding af wat het je te vertellen heeft. Plotseling komt je huis tot leven. Misschien wordt je wel horendol van de kakofonie van opklinkende herinneringen. Je interieur werkt als een extern geheugen, ik zei het al eerder. Die schoenen mogen niet weg.
terug

in

een

gouden

lijstje