Dingen zien die er niet zijn

- 15 February 2020 door Edwin Timmers -

Beste interieurbouwers, gebruik natuursteen met mate. Het spreekt mij niet aan, ik vind het te zwaar, te protserig. De Hamburger Kunsthalle heeft er veel van. Het gewicht zakte in mijn benen, ik zuchtte en steunde als na het leegeten van een hele zak oliebollen. De foyer en de bar van Theater De Lievekamp in Oss heeft aardig wat natuursteen. Een pilaar in het midden van de bar is bekleed met platen gewarreld roestvaststaal. Beste interieurbouwers, gebruik ook roestvaststaal met mate.


Cabaretier Micha Wertheim speelde in De Lievekamp. Met een paar vrienden ging ik erheen. Een sterke voorstelling. Wertheim probeerde ons op gevatte wijze te waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het gebruik van en vertrouwen in mobieltjes. Zet het ding uit en kijk niet meer via het schermpje naar de wereld en haar leed. Alle nieuws maakte hem tot een doemdenker; het kan niet meer goed komen met ons en de wereld, we gaan eraan. In zijn hoofd schetste hij de rampzaligste scenario’s, alles gebaseerd op informatie die op zijn scherm verscheen. Zag hij dingen die er niet zijn? Leed hij aan apofenie, dat wil zeggen: zag hij patronen in willekeurige, niet direct onderling samenhangende informatie? Apofenie kan voorafgaan aan een psychose.

Pareidolie is een vorm van apofenie die iedereen kent. Een hondje zien in voorbijdrijvende wolken is een voorbeeld. Misschien dat sterrenbeelden ook zo zijn ontstaan. Op mijn werkkamer heb ik geregeld pareidolische ervaringen. De wanden van deze kamer zijn afgewerkt met OSB-platen, oftewel houtschilferplaten. Op momenten van inspiratieloosheid staar ik voor mij uit. Als je maar lang genoeg staart komen de OSB-platen tot leven. Vogels, gezichten, vervormde mensfiguren, rare wezens, varkens: als ik mezelf de tijd gun, trekt er een heuse freakshow voorbij. Bont gekleurd natuursteen heeft hetzelfde effect. Misschien dat het daarom in musea en theaters wordt toegepast: om de fantasie te prikkelen, om dingen te kunnen zien die er niet zijn.

Mijn vrienden moesten na de voorstelling hals over kop naar huis. Als stamgast bij Tribe zag ik mijn kans schoon om in alle rust de bar te onderzoeken – plicht roept, nietwaar! De bar staat in open verbinding met de foyer, maar ligt zo’n anderhalve meter lager. Via een met dieprode vloerbedekking beklede trap loop je de ruime, cirkelvormige bar in. Het is er ijl, het interieur bestaat uit losse elementen die niet samengaan tot een geheel; het is er niet als de samengebalde smaak van goeie whisky. Een nachtclub zonder sigarettenrook en sensuele warmte. De toog is te bescheiden, want buigt mee met de wand erachter en lijkt daarmee zijn buik in te houden. Een toog moet roepen. Het meubel achter de toog heeft hele dikke planken die met antracietkleurig materiaal zijn gelamineerd. Alle waar staat er keurig in rijtjes in. De belichting is prima, maar zou gedempter, zwoeler mogen. Rondom de rvs-pilaar is een roodleren zitmeubel gebouwd. Ook staan er logge roodleren zitmeubelen tegen de wand. Vanaf het lage tafeltje waaraan ik mij tripel nuttig kan ik de hele bar overzien.

De foyer, dat wil zeggen, de ontvangsthal met garderobe, is best fraai, want heeft iets dromerigs, iets wat het verlangen prikkelt. Het combineert Duitse degelijkheid met de lichtheid van een wellness centrum en de ruime luxe van een miljonairswoning op een heuvel aan zee. Mooi zijn de liprode reuzenpoefen met suède bekleding. Veel rode accenten in De Lievekamp. Ik houd daar wel van. Een Moulin Rouge-associatie? Entertainment en verleiding?

Het plafond in de bar is oerlelijk. Laagjes van houtplaten met caramelbruin laminaat. Ook lelijk is iemand die verderop in het gezelschap van een stel anderen aan een statafeltje staat en die ik meen te herkennen. Ze ouwehoert graag met de kippen mee. Als iemand ja zegt, zegt ze ja, en als iemand nee zegt, zegt ze ja. Als ik haar sprak, kon ik niet anders dan onophoudelijk nee zeggen – sommige mensen spreken nu eenmaal in reeksen van afgetrapte levenswijsheden die een plek bij het grof vuil verdienen. Helaas is mijn tripeltje leeg. Ik moest maar eens gaan. Ze zal me zien, en herkennen.

“Ach! Hoi!” kirt ze als ik passeer. “Ook naar Wertheim geweest?” Haar ogen peilen mijn blik, die ik ondanks een vonkje van verrassing afstandelijk probeer te houden. Ze is eigenlijk minder lelijk dan ik dacht. Ook dat nog.

terug

om

fantasie

te

prikkelen

Horeca interieur Theater interieur Theater inrichting Verhalen aan de bar terug