Een pluisje

- 27 October 2017 door Edwin Timmers -

Jim van Beringen kreunt als hij plaatsneemt aan de grote ovalen vergadertafel in kamer L03 op de achtste verdieping van de kantoorkolos. Jim laat het uitzicht, dat vanaf deze hoogte prachtig moet zijn, voor wat het is. Hij is blij dat hij zit. “Gaat het, meneer Van Beringen?” vraagt Josje Nieuwkoop, de CEO van Raw Meat. Jim knikt. “Moest je haasten?” vraagt Josje. Jim schudt zijn hoofd. “Hoe bedoelt u, mevrouw Nieuwkoop?” Josje wijst naar haar bovenlip. “Ik zie zweet op je bovenlip, Jim. O, sorry, ik mag je wel bij je voornaam noemen, toch?” Jim kreunt terwijl hij een zakdoek uit een van zijn voorste broekzakken opdiept. Hij dept ermee zijn bovenlip en geeft Josje een vlotte knipoog. Hij kan het niet laten.
“Je kunt het niet laten hè!” riep zijn vrouw vanmorgen toen hij de autosleutels van de keukentafel griste. Even daarvoor had hij de onenigheid willen sussen met de opmerking dat ze het niet groter moest maken dan nodig. “Groter maken, ik? Kom nou toch!” schreeuwde ze. “Wat moet die blonde Diewke met dat rood gestifte pijpbekkie op jouw Whatsapp? Het is een selfie, schat. Een selfie van haar naar jou. En dan moet ik het niet groter maken?” Beheerst trok Jim de keukendeur achter zich dicht en zette koers naar de garage. Er klapte iets tegen de keukendeur. Jim hield in. “Hier klootzak, je vergeet je banaan!” krijste zijn vrouw.

“De achtste,” zei Jim toen hij de lift instapte. De brunette drukte op acht nadat ze de zeven had ingedrukt. De lift was met zeven mensen al aardig vol. Op de eerste verdieping stapte niemand uit. Wel stapten er vier in. Jim genoot van de geuren die om de kantoorvamps hingen. Geuren die het gezeur van zijn duifje oplosten. Ook genoot hij van het lijfelijk contact met de vier dames die hem inklemden. “Shit,” zei hij net iets te hard. “Mijn sleutels!” Hij begon zijn lijf druk te bevoelen op de aanwezigheid van sleutels. Hierbij liet hij het niet na om hier en daar een vrouwelijke ronding mee te pikken. Een van de dames wierp hem een strenge blik toe. “O, sorry, mijn sleutels, ziet u,” verontschuldigde hij zich en ging verder met zoeken en bepotelen van gewelfd vrouwenvlees. Op de zevende verdieping slaakte Jim een diepe kreet net voordat zes personen de lift uitliepen. De dame met de strenge blik hing haar schoudertas terug aan haar schouder meteen nadat ze die met een flinke haal in Jims kruis had geplaatst en liep met rechte rug de gang in. Jim greep naar zijn edele delen en zakte door zijn knieën.

“Je kunt het niet laten hè,” zei Josje na afloop van de vergadering. Ze bewonderde zijn lef, die ze overigens alleen maar kende van horen zeggen – ze ontmoette hem vandaag tenslotte voor het eerst. Jim stond binnen de holding bekend als iemand die genoot van het brengen van slecht nieuws. Als tijdens vergaderingen gevraagd werd wie het nare klusje zou gaan klaren, stak hij zijn hand op. In werkelijkheid deed hij dergelijke klussen met tegenzin, maar om hogerop te komen, had hij het er graag voor over. Het gevolg was meetbaar, hij ging als een speer. “Ik denk dat je gelijk hebt,” zei Jim terwijl hij over de schouder van Josje wreef. “Ik denk dat ik het niet kan laten.” Josje keek verbaasd van haar schouder naar zijn hand. “O, dat,” zei hij met een uitgestreken gezicht. “Een pluisje.”
terug

oh

sorry

mijn

sleutels