Gastvrije oorden 1

- 02 October 2017 door Edwin Timmers -

Een grauwe doch milde ochtend. Daar gingen we. Op naar Vlielands paviljoen Oost, het eerste adres in Tribe's zoektocht naar een antwoord op de vraag wat horecaondernemers onder gastvrijheid verstaan. Al na een paar kilometer beseften we dat het evengoed een zoektocht naar de eigen drijfveren is. Tribe bestaat dit jaar namelijk vijfentwintig jaar, een mijlpaal die dwingt tot terugkijken. Waarom doe ik wat ik doe en waarom doe ik dat nog steeds? Dat soort van vragen.
De droom van John is een boek over deze zoektocht. We besloten de ‘roadtrip’ als format te kiezen. Hoe aangenaam: met een nog vloeibaar begrip van het reisdoel in de auto stappen en rijden. Wel weten waar vandaan je vertrekt, niet weten wat de reis je brengt. Met frisse zin de wereld in. Sommigen zullen het jeugdige onbezonnenheid noemen. Dat is het misschien ook als je even vergeet dat we verzekerd waren van een slaapplek op Vlieland. Van 100% onbezonnenheid was dan ook geen sprake, van frisse zin des te meer.

Doroté, John en ik. We kennen elkaar nog maar een paar maanden, en dan voornamelijk van wat over en weer appen en mailen. Spannend, zou je zeggen, om dan gelijk twee dagen op elkaars lip te gaan zitten. Spannend, dat was het, gelukkig maar. Geen zenuwslopende spanning trouwens. Wel de spanning van de uitdaging, van het nieuwe, van het verkennen van wegen en mensen.

We reden de snelweg op bij Motel Nuland. Doroté schoot gelijk de eerste foto’s en filmde alvast wat weg. John zat aan het stuur en gaf geconcentreerd zijn geest de ruimte. Ik zat achterin en zag een o zo bekende weg met heel andere ogen. Een zekere lichtheid leek de zware Land Rover Defender een piepklein stukje van de weg te tillen. De auto zwoegde niet, maar zoefde.

We moesten door, want de boot in Harlingen wacht niet. Toch was er even voor Almere tijd voor een sanitaire stop en een bak koffie. “Edwin, pak jij de camera?” vroeg Doroté. “Dan loop ik even naar het toilet.” Mijn opmerking dat ik de camera niet kende, verwierp ze door me de opnameknop aan te wijzen. Filmend liep ik achter John en Doroté aan de shop van het tankstation in. Ik bekeek de wereld via een digitaal scherm. Plots begon een nerveuze shopmedewerkster druk naar me te zwaaien. Ik keek op van het scherm. Of ik wilde stoppen met filmen, want daarvan is haar werkgever niet gediend. Natuurlijk wilde ik stoppen en drukte op een willekeurige knop. “Gestopt,” liet ik de bezorgde vrouw weten. “Dat waag ik te betwijfelen,” zei ze. “Want ik zie het lampje nog branden.” Ze had gelijk. Dat ik zei de camera niet te kennen, vond ze dubieus.

Trots, want betrapt als beginnend filmer, stapte ik met een kartonnen beker koffie en een gevulde koek in de Defender. Enkele minuten later reden we over de brug die het Eemmeer van het Gooimeer scheidt. We passeerden Almere en Lelystad en gingen over de brug bij het Ketelmeer. Windmolens rezen op en lieten we weer achter ons. Nederland werd steeds vlakker en het uitzicht met de seconde weidser. We passeerden Emmeloord, Lemmer, Joure en Sneek en genoten van dit heerlijke vlakke land. Tot nog toe hadden we ononderbroken gesproken. Nu gaf het landschap de woorden alle ruimte. We leken langzaam samen te vallen met wat we zagen en waar we waren. “Gastvrijheid draait om meer dan eten en drinken alleen,” zal Willem een dag later zeggen. “De plek en alles eromheen werkt mee.”

De haven van Harlingen rustte uit onder een nog immer grijze lucht. Slaperig sneden een tweetal boten door het water. Doroté had haar ticket voor de overtocht thuis te goed opgeborgen. Geen probleem voor de man van Rederij Doeksen. Het ticketnummer stond in een e-mail en dat voldeed. De overtocht brachten we grotendeels door op het bovendek, met de koppen in de wind en de jassen hooggesloten. Op het water wemelde het van de zeilboten. De haven van Vlieland kwam in zicht en een zekere onrust overmeesterde me: Vlieland is nog maar een paar minuten het enige eiland van TV TAS waar ik nog nooit een voet op zette.

We reden de boot af en besloten meteen bij strandtent (of paviljoen) Oost van Joanke en Willem langs te gaan. Amper honderd meter onderweg breekt de zon door. Alles lijkt op dagen als deze zwanger van betekenis.

[wordt vervolgd]
terug

gastvrijheid

is meer

dan

eten & drinken