Goed om te weten

- 14 December 2017 door Edwin Timmers -

Jeugdig en doelmatig gooit Jacqueline haar donkerblond geverfde haar met een opwaartse knik van haar hoofd - een kopje in hondentaal - naar achter. Achteloos, een automatisme, net als haar stralende lach die geen fractie van een seconde iets aan intensiteit verliest. Zelfs met haar vijfenveertig jaar slaat ze met deze set van gedragingen de mannen aan tafel heel even uit het lood. Precies genoeg om van toon te veranderen.
“Charles, wat jij beweert, is niet meer dan nice to know. Jij weet en ik weet dat we hier niet bij elkaar zijn om te keuvelen. Vertel me alsjeblieft wat ik moet weten. Tell me what I need to know, darling.”
Charles knippert nerveus met zijn ogen en trekt wat met zijn neus. “U bedoelt?” vraagt hij om zichzelf wat tijd te geven.
“Laat maar, Charles,” zegt Jacqueline kortaf. “Wout, misschien heb jij het wel al op een rijtje.”
Wout heeft het op een rijtje, maar niet het juiste. Met gevoel voor show doet hij uit de doeken wat de visie op leadership moet zijn. “We moeten de corebusiness randomisen. Druipkaarsen maakten ons groot, maar kaarsen hoeven niet per se te druipen.”

Jacqueline schenkt de jonge manager een innemende glimlach. “Dank je, Wout. Toch mis ik iets. Waar het mij om gaat is dat we weg moeten van het surplus aan managementlagen. Dit kan, maar alleen dan, wanneer we even terugpakken op de core, resetten en, hoppa, doorstomen een broad marketshare. Met andere woorden: we moeten de lage managementlagen opnieuw opvoeden en, let op, motiveren, zodat we de onszelf als middelste managementlaag overbodig kunnen maken.” Wout schrikt en Charles grinnikt. De negenenvijftigjarige Wies knikt hevig: zijn idee, zeker nu zijn vrouw al met pensioen is. Berend kijkt naar buiten en zint op een manier om Jacqueline te wieberen. “Berend,” zegt Jacqueline, die hem feilloos aanvoelt. “Hoe denk jij dat ik mezelf overbodig kan maken. Je mag eerlijk zijn.”

Slechts een parkeerplek bij de supermarkt is groot genoeg voor de glanzende antracietkleurige Landrover van Jacqueline. Net voordat ze instuurt, sjeest een VW Up haar voorbij de plek op. Ze ramt op de claxon en wacht totdat de bestuurder omkijkt zodat de middelvinger die ze opsteekt haar doel niet mist. O, het is geen bestuurder, het is een vrouw, sterker nog, het is Sabine, haar vriendin. Sabine reageert met een nog pregnantere middelvinger. Jacqueline laat het raam zakken en buldert: “Zeg bitch, parkeerproblemen lossen we samen op.” Sabine lacht als een hol paard. “Zet je bak maar op de mijne.”

Ze lopen de zuivel voorbij en komen tot stilstand bij de alcoholica. “Zaterdag om half drie spelen we tegen Norma en Janette, dat weet je, nietwaar schat,” zegt Sabine. “Natuurlijk weet ik dat. Dat weet je toch, ik ben een wandelende planner.” Ze lachen samen wat. Jacqueline is onrustig: “Fuck, vandaag de ontslagprocedure voor Berend ingezet. Such a pity, want zo’n lekker ding, maar ja, hij zit te azen op mijn plek. No way, dus. Dat nooit!” Sabine giebelt rillerig en benadrukt met zeehondenogen haar verlangen naar achterklap. Jacqueline is daarvoor wel te porren, maar mist de concentratie voor de vetste variant, die ze niettemin wel inzet. Helaas. “Okay Sab, okay okay okay, geen need maar nice to know. Janette, you know her.” Sabine krimpt lichtjes ineen, maar dat ontgaat Jacqueline. “Janette schijnt het te hebben aangelegd met een jongeman, vader van drie kinderen, waarvan de jongste net vier is. Wat een bitch, en wat een lul trouwens ook. Moet je je voorstellen, Sab, jij hebt er ook drie, en jouw Erik gaat lekker met die chick. Moet je je voorstellen. Hoe oud is jouw jongste?” Sabine probeert haar gezicht recht te houden: “Lucy is net vier, Jacq.”
terug

je

je

voorstellen