Hergebruik maakt vrij

- 08 March 2018 door Edwin Timmers -

Iets kunnen, ergens toe in staat zijn, geeft vrijheid. Ter verduidelijking geef ik twee voorbeelden. Het eerste. Mijn computer maakt geen verbinding met internet. Wat ik ook doe, ik krijg het niet voor elkaar. Daarom bel ik een mannetje. Ik leg hem het probleem voor, waarop hij op montere toon zegt: “O, simpel, dat hebben we zo gefikst.” Via de telefoon leidt hij me door een paar menu’s en een tiental muisklikken verder is het gepiept. In alle rust legt hij mij uit wat ik doe en waarom ik dat doe. Een volgende keer los ik het zelf op. De montere toon van het mannetje, die onbezorgdheid, dat vrij zijn van irritatie en frustratie, dat is een prettige gemoedstoestand. Dat noem ik vrijheid.
Het tweede voorbeeld. In de shop van een Italiaans tankstation zoek ik naar koelvloeistof, maar kan die niet vinden. Omdat ik de Italiaanse taal niet machtig ben en de shopbediende geen Engels spreekt, probeer ik druk gebarend duidelijk te maken wat ik zoek. Uiteindelijk lukt het me de bediende mee naar buiten te krijgen. Samen kijken we onder de motorkap, waar ik hem op het dopje van het koelvloeistofvat wijs. “A, si!” roept hij. “Liquido refrigerante!” Hoewel ik blij ben dat we elkaar eindelijk begrijpen, voel ik me gevangen in mijn eigen taal. Hoe vrij zou ik zijn als ik op dit moment vloeiend Italiaans zou spreken.

Op youtube is de documentaire Kaufen für die Müllhalde te zien. Voor wie het Duits niet machtig is, hier de vertaling: Kopen voor de vuilnisbelt. De docu is gemaakt in 2010, maar nog even actueel als toen. Thema van de film is ‘planned obsolescence’, oftewel geplande veroudering en ingebouwde sterfdatum van consumentenproducten – in een eerdere blog kaartte ik dit al aan. Producenten zijn erbij gebaat als hun producten niet levenslang meegaan. Sommige bedrijven helpen de veroudering een handje. Mede omdat veel consumentenproducten, zoals bijvoorbeeld een waterkoker, zo goedkoop zijn, zijn we eerder geneigd een nieuw apparaat te kopen dan dat we het ‘oude’ nakijken en repareren.

“Mensen weten niet meer hoe ze een huishoudelijk apparaat of andere voorwerpen zelf kunnen repareren,” constateert Martine Postma, initiator van het prachtige Repair Café. Geloof me, ik word er heel vrolijk van als ik een weigerachtig apparaat weer aan de praat krijg. Het scheelt in de portemonnee, maar, belangrijker nog, het geeft me voldoening. Iets kunnen, ergens toe in staat zijn, geeft vrijheid. Ik begon er dit stukje mee. Niettemin geef ik toe dat reparaties zelden slagen.

Voor me ligt het boekje Elektonica Echt Niet Moeilijk, dat ik jaren geleden tweedehands kocht. Helaas is het deeltje 2. Mijn kennis van elektronica is zo beperkt, dat ik gedwongen ben helemaal vooraan te beginnen, en dus niet bij deel 2 van een serie. Ooit, ik weet het zeker, ga ik me erin verdiepen. Ik wil me vrij kunnen bewegen in dit vakgebied.

In het licht van bovenstaande zie ik ook de opmerking over duurzaam bouwen op de website van Tribe. “Door niet zomaar alles meteen weg te gooien maar zaken slim te hergebruiken,” hoor ik John zeggen, ”heb je minder afvalkosten en levert je oude interieur juist geld op.” Let op, hier staat meer dan wat er staat. Kies je voor een nieuw interieur, dan kun je veel van je oude interieur daarin integreren. Hoe simpel of logisch dat ook klinkt, weinig mensen beseffen dat dit gewoon kan. Natuurlijk is het wel zo dat niet iedereen zo handig is als de vaklui van Tribe. Niet iedereen maakt van een lelijke oude stoel een hippe nieuwe eyecatcher. Dat hoeft ook niet, want daarom zijn zij er. Belangrijkste is dat je schoonheid leert zien in te vroeg afgedankte spullen.
terug

hoe

simpel

of

logisch