Het kauwtje en de duif

- 27 July 2017 door Edwin Timmers -

Echt waar, de zon scheen, en flink ook. Met een stel vakbroeders wachtte ik op beton. Een bedding van ongeveer honderd vierkante meter lag in het veld klaar om met beton te vullen.
We tapten moppen en probeerden elkaar verbaal pootje te lappen. O ja, we dronken koffie. Naast de bedding lag een dierenweide. Twee grote kippen, vijf geiten en helemaal achterin twee hangbuikzwijntjes. Geiten klimmen graag, ze hielden me vanaf hun houten bouwwerken in de gaten. Ik liep naar de afrastering en maakte knorrende geluiden, heel zacht en rustig. De hangbuikzwijnen richtten hun koppen op, de oren flapten. Op hun hoede zetten ze de eerste stapjes naar waar ik stond.

“Hee Edwin,” schamperde een vakbroeder. “Ik zie dat ze jou begrijpen.”
“Natuurlijk begrijpen ze me,” zei ik. “Ik spreek hun taal toch.”

Hangbuikzwijntjes. Dieren in het algemeen zijn erg grappig. Een vriend van me woonde in een flat op zeven hoog. Zijn hondje ging mee in de lift. Een hond kent het fenomeen lift niet. Voor een hond is een lift een ruimte waar hij in binnen dribbelt, even moet wachten en een paar tellen later weer uitstapt. Ondertussen is in de twee keren dat de deuren opengaan de hele wereld veranderd. Wij weten dat we naar een andere verdieping gaan; een hond weet dat niet. Een lift zapt de trouwe viervoeter naar een andere omgeving en hij vindt het prima.

Jaren geleden zat ik in de tuin te vegeteren. Op de zinken dakrand van ons fietsschuurtje zat een duif onze tuin in te kijken. Een dikke houtduif. In die tijd hadden wij een dwergkonijn in een hok met vrije uitloop. Zo gauw er geen mens in de tuin was, vloog de duif van het dak naar het hok en liep erin om uit voer het voerbakje van het konijn te pikken. De duif wist dat een vrije uitloop evengoed een vrije inloop is. Zolang er echter mensen in de tuin waren, zat de dikke duif op de dakrand schijnbaar sloom voor zich uit te staren.

Daar zat ie, de duif, op de dakrand. Naast hem landde een kauwtje, een hyperactieve druktemaker. De duif sloeg er geen acht op. Het kauwtje hipte van links naar rechts over de duif heen en speurde ondertussen de omgeving af naar voedsel. Het strekte zijn nek, paradeerde en kraaide met tussenpozen. De duif verroerde geen veer. Het kauwtje zag kennelijk niets eetbaars want zocht nauwelijks een minuut later zijn heil elders. Het vloog op en streek veertig meter verder op het bergschuurtje in de tuin van de achterburen neer. Het deerde de duif niet. Ik rook koffie en liep naar binnen. Ach, mobieltje vergeten. Ik liep terug om het ding van de tuintafel te pakken en zag de duif het konijnenhok binnenwandelen. Het konijn trok wat met zijn neus, maar dat deed hij eigenlijk altijd.
terug

hangbuikzwijntjes

kraaiende kauwtjes

en een

dikke duif