Hetzelfde liedje

- 19 July 2018 door Edwin Timmers -

"Verdorie, vergeten."


Afstel was het niet. Ik was zeker van plan het te doen. Wel begon het met uitstel. Later. Later zou ik het doen.

"Kun je me die tekst dan volgende week aanleveren?" vroeg ze. Toen nog was ze coulant. Ze vertrouwde er zonder voorbehoud op dat ik zou doen wat ze van me vroeg. "Doe ik!" had ik monter geantwoord. Het was beter geweest als ik mijn mond had gehouden en gewoon gedaan had wat ik had toegezegd.

Omdat ik niets had aangeleverd, had ze een probleem: een wit vlak op pagina dertig. Het loste zich op, dankzij haar inspanningen. En ik lag eruit.

Mogelijk heeft ze mijn telefoonnummer gewist, hoewel ik denk dat ze wijs en opportunistisch genoeg is om dat niet te doen. Mocht ze in de toekomst vaker te maken krijgen met een overtreder van deadlines, dan heeft ze mij nog achter de hand en wel met de zekerheid dat ik dan wel snel aanlever. Ze weet dat ik bij haar in het krijt sta. Ik sta achter, heb iets te vereffenen.

Eerlijk gezegd had ik er geen zin in. De tekst kwam niet van de grond en dat had een reden. Al toen ik haar leerde kennen zag ze potentie in me. Verder dan potentie is het nooit gekomen. Ik leverde aan, altijd op tijd, en meer dan een ‘dank je’ kreeg ik niet. Dank je. Het zou genoeg moeten zijn. Wat wilde ik meer? Wilde ik overladen worden met complimenten?

Getuigt het niet van arrogantie als je tegen iemand zegt dat hij of zij potentie heeft? Hoe kun je zien dat er iets in iemand anders schuilt wat er nog niet is? Niemand, behalve een god, kan tenslotte de toekomst voorspellen. Had ik niet eerlijker moeten zijn? Deed ik het niet gewoon voor het geld? Had ik soms niet meteen gezien (of geweten of gevoeld) dat het tussen ons nooit zou gaan werken. Ze zong verdomme mee met ‘Hou me vast’ van Volumia. Mijn hemel!

Toch zingt ze eigenlijk best goed.

Via via hoorde ik dat ze mijn gedrag betreurt. “Hij heeft veel potentie,” schijnt ze gezegd te hebben.

Iedereen verdient een tweede kans. Of dat zo is, weet ik niet. Ik denk dat ik daarin geloof. “We moeten maar eens gaan zingen,” appte ik haar vorige week. “Je hebt talent en de karaokebar is niet ver bij je vandaan.”

“Doen we!” reageerde ze vrijwel meteen. Wonderwel stemde ze in met de enige voorwaarde die ik stelde: ik bepaal welke liedjes we gaan zingen.

Het is nu elf uur geweest, bijna een uur na de afgesproken tijd. Een gezette vijftiger kan geen afscheid nemen van de microfoon. Elk nieuw liedje zet hij in met evenveel enthousiasme. Hij zoekt naar talent dat nog niet is geopenbaard, maar mogelijk in hem schuilt. Ik wacht nog vijf minuten.

terug

lag

eruit