Hondje weg

- 29 December 2017 door Edwin Timmers -

Boris heeft een schort voor en roert in de soep. "Wist jij dat ze een hondje heeft?" vraagt hij. "Ja," antwoordt Sharon. "Dat wist ik wel. Misschien twee keer of zo zag ik het beestje op de vensterbank." Ze slaat een schoon laken over de tafel uit. "Maar dat is wel alweer ruim een jaar geleden, net nadat we hier kwamen wonen."
Buurvrouw Marie belde vandaag aan. Ze gaf Boris een stukje papier met een foto van haar hondje en haar telefoonnummer. Met een bibberende stem vertelde ze dat Rakker vier dagen geleden de straat op rende om niet meer terug te keren. Voor een kop thee had ze eigenlijk geen tijd omdat ze de hele straat nog langs moest. Ze bleef een uur en maakte de dertiger wegwijs in haar blues. Boris begreep dat de meeste van haar dierbaren voorgoed weg waren, en waren ze dat niet dan zijn ze al een heel eind op scheut aan de andere kant van de oceaan. Ze zei het hondje te hebben gekregen van haar zus, die toen nog leefde, kort nadat Henk was begraven.

Sharon is meestal een rond half zeven thuis, even na Boris, die dan alvast wat ophaalt voor het avondeten bij de supermarkt verderop in de straat. Hij zet een pak rijst in zijn winkelkar als Nellie van nummer dertien hem op zijn schouder tikt. Of Marie ook bij hen is langs geweest. “Wist jij dat ze een hondje heeft?” Boris knikt. “Nou, ik heb er anders nooit een hondje gezien. Wel weet ik dat ze weinig omhanden heeft.”

“Nellie van dertien gelooft niet dat Marie een hondje heeft.” Sharon laat het stuk Parmezaanse kaas in het bord tomatensoep vallen. “Auw!” Ze gooit de rasp op tafel en steekt een vinger in haar mond. Boris wil opstaan, maar Sharon maant hem om te blijven zitten. “Klein sneetje, geeft niks,” sust Sharon. “Maar wat Nellie zegt, hoorde ik vandaag ook van Joep op zevenentwintig en Chalib op tweeënveertig. Frappant. Ik meen toch echt dat ze een hondje heeft.”

Boris is wat later en rijdt tegelijk met Sharon de straat in. Ze parkeren op de enige twee vrije plekken voor nummer dertien. Nellie staat al buiten voordat ze zijn uitgestapt. “Leuk dat ik jullie een keer samen tref.” Sharon lacht. “Insgelijks, mevrouw Schoenmakers.” Nellie heeft nieuwe informatie over Marie. Nog eens twee andere mensen in de straat menen zeker te weten dat ze wel een hondje had, maar dat het allang niet meer leeft. “Zou Marie een beetje verward zijn? Of zou ze gewoon aandacht willen, een beetje contact?” Boris haalt zijn schouders op. “Wie weet,” reageert hij en loopt alvast richting supermarkt. “Ik zal het haar vragen als ik haar zie,” zegt Sharon.

Sharon doet open. Het is Nellie. Haar haar is ongekamd en vet. “Mist u uw hondje, mevrouw Eekhoff?" polst Sharon, afgaande op de desperate blik in Marie’s ogen. Het vrouwtje legt een hand op de arm van Sharon en begint hevig te bibberen.

“Denk jij dat ze echt haar hondje kwijt is?” vraagt Boris aan Sharon. Sharon zet de lampen in de woonkamer uit en loopt de trap op. “Ik weet het niet,” roept ze vanuit de badkamer. “Maar ik vind het hoe dan ook triest.” Boris raspt met zijn vingers over zijn dagbaard. “Ik denk dat ze het hondje niet kwijt is. Volgens mij, hoe triest ook, wil ze gewoon wat aanspraak. Ze is verdomd eenzaam als je het mij vraagt.” Sharon had Marie eerder deze avond binnen gevraagd. Opnieuw had ze haar sores ontvouwen. “En dan ben ik ook nog mijn hondje kwijt,” sloot ze af.

Boris schuift de zelfgemaakte pizza in de oven. Sharon parkeert op de enige vrije plek voor nummer zeven, het huis van Marie. Ze belt aan. Marie is blij verrast als ze open doet. “Kopje thee?” Sharon appt Boris dat ze iets later zal zijn. Marie’s huis ruikt niet naar hond en er ligt geen haar op het tapijt onder de salontafel. Wel staat er een lege hondenmand met een opgeschud dik kussen erin.

Een dikke twee weken later zegt Boris tegen Sharon dat hij de verhalen van Marie beu is. Sharon houdt zich op de vlakte. “Tja,” zegt ze. Marie staat om de twee dagen voor de deur. “Ik ben trouwens op een nieuw project gezet,” zegt Boris. “Norbert bakte er niks van, dus nu mag ik.” Sharon kijkt hem strak in de ogen. “Ik snap het.”

Boris heeft zichzelf op een nieuw project gezet. Een project dat meer inspanning vergt en waarvan de overuren dubbel vergoed worden. Hij staat in de file als hij een appbericht van Sharon ontvangt. “Raad eens wie er zojuist voor de deur stond?” Boris reageert met een gesproken bericht. “Dat moet Marie zijn.” Er verschijnt een duimpje op zijn scherm, goed geraden. Hij zucht. De file mag nog wel even duren. “Ik ben er zo. Doe mij ook maar een kop thee dan,” spreekt hij in. Een paar tellen later verschijnt er een schaterende smiley op het scherm en even daarna: “Je mag weer terug op je andere project.” Boris raspt met zijn vingers over zijn dagbaard. “Hoezo dat?” spreekt hij in. Het duurt een minuut voordat Sharon reageert. “Wil je thee bij de pizza? Haha! Nelly is alweer weg. Ze kwam alleen maar even zeggen dat Rakker terug is.”
terug

norbert

bakte

er

niks van