Iets groens

- 02 November 2017 door Edwin Timmers -

Wat ik het mooiste vind aan mijn lichaam? Mijn hersenen, daarover twijfel ik geen seconde. Wat zou ik zonder mijn hersenen moeten? Een tennisser en een pornoacteur zullen een ander deel van hun lichaam noemen, waarschijnlijk niet hetzelfde. Ik kies mijn hersenen omdat het er zo wonderlijk in aan toe gaat. Niet alleen in de mijne trouwens. Dat het ook in andermans hersenen een dolle boel kan zijn, bewijst onderstaand gesprek, dat ik vanaf de zijlijn oppikte.
“Ik weet niet, maar het is iets groens,” zegt Els. Haar man Joep kijkt verbaasd. Begrijpelijk, want het gesprek ging over een bedrijfsorganisatie die na tientallen retestrakke jaren plots helemaal inkakte. Els probeerde dit te duiden en kwam uit bij iets groens, maar het lijntje tussen de bedrijfsorganisatie en de kleur is ze kwijt.
“Is het iets met duurzaamheid, een groene economie,” helpt Joep haar. Ze schudt haar hoofd en zegt dat het ook niets met therapeutische boswandelingen van doen heeft. Joep doopt de roller in de latex. Ze leggen de laatste hand aan de inrichting van hun nieuwe appartement.
“Was je met je gedachten niet bij de organisatie, maar wel bij de kleur, hoewel oranje, van deze muur?” probeert Joep, enigszins ongeduldig door de vlaag van verstandsverbijstering van zijn lief. Els bevochtigt een wijsvinger in haar mond en veegt ermee een verfspat van Joeps gezicht.
“Ik ga koffie zetten,” zegt ze. “Dan vind ik het wel weer.”

Opeens klinkt een triomfantelijke lach in de keuken. “Ik heb het,” juicht Els. Struikelend over de stofzuiger komt ze terug de huiskamer in en botst tegen Joep op, die daardoor de verfvette roller op de bijzettafel van gerecycled hout laat vallen. Hij vloekt, maar dat brengt Els niet van haar stuk, sowieso niet, want ze kent zijn nooit slapende krachttermenarsenaal.

“Ik heb het,” zegt ze nogmaals. “Het is Kronenburg Park, je weet wel, dat oude liedje van Frank Boeijen.” Joep kijkt opnieuw verbaasd: “Iets groens, zei je.”
“Toch een beetje mijn liedje, hè, Kronenburg Park. Ik zing het nog vaak,” mijmert Els. “Een park is groen. Zo kwam het in mijn hoofd. Eerst park, toen groen en daarna was ik het kwijt.”
“Schat,” zegt Joep streng. “Je wilt iets zeggen over een ingekakte bedrijfsorganisatie en verder dan park en groen kom je niet.”
“Rustig maar, mannetje,” sust Els. “Frank Boeijen zingt dat je niet naar de weg hoeft te vragen, want iedereen is de weg kwijt.” Ze legt haar hand op de mond van Joep en gaat verder: “Even wachten nog, baasje. Deze tekstregel steekt vaak de kop op als ik weer eens een organisatie zie vastlopen. Volgens mij lopen ze tegenwoordig vast door de hoge mate van flexibiliteit. Een voordeel slaat om in een nadeel. Als niemand zich nog verbonden voelt, zijn zowel organisaties als werknemers heel gemakkelijk de weg kwijt. De weg en elkaar.”
terug

ik

heb

het