Joviale gast

- 22 August 2018 door Edwin Timmers -

Onze uitgevouwen vouwwagen zag eruit als een leeggemolken koe op leeftijd. De stokken staken net niet als uitgemergelde botten door het verbleekte en vanwege krimp te strak gespannen tentzeil. Onze plek op de camping stak armoedig af tegen die van de buren, die zonder uitzondering altijd nieuwe spullen hadden. Wilde ik als persoon indruk maken, wilde ik kortom gezien worden als volwaardige gesprekspartner in de toiletruimte, dan had ik moeten schreeuwen. Maar dat deed ik niet, ik onderging de vernederende aanwezigheid van de eeuwige joviale gast gelaten. Mijn tijd zou nog komen, hield ik me voor. Mijn tijd kwam, maar dat was later, te laat voor de strekking van dit verhaal.
Joviale gasten op de camping. Mannen met een accent, goedlachs en op een glanzende manier gezwollen omdat ze vocht vasthouden vanwege teveel zout in hun eten. Gevatte lieden. Altijd een goed verhaal met een kwinkslag. Zij hebben het hoogste woord en de anderen lachen. Ze trakteren de trouwste gasten uit hun meelachende publiek op een schouderklopje. Ik herken hem op grote afstand, de joviale gast. Hij kan niet zonder een kneusje. Doorgaans is het kneusje de persoon met de dunste portemonnee of de persoon met de minste kommer om uiterlijk vertoon. Ik liet me gewillig als kneusje gebruiken. Toen.

“Komt ‘ie aan,” zei mijn vriendin. “Ik ben even naar de wc.” De leuning van het plastic campingstoeltje waarin ik zat had ik met een op maat geschaafd stuk hout gerepareerd. Niet blits, maar weggooien kan altijd nog. Mijn blik plakte op de talrijke nagenoeg naakte vrouwenlijven aan het zwembad, wat niemand in de gaten had omdat ik deed alsof ik een boek las. De joviale gast naderde, verend op zijn dure teenslippers. In zijn hand bungelde de contactsleutel van zijn Toyota, een luxe model stationwagen, waarvan de leasekosten naar zijn baas gingen. Ik had mijn groet – hoi – al in het achterste van mijn keel klaargezet. Meestal liep hij onze plek knipogend voorbij, maar dit keer niet. “Zeg kerel,” riep hij. “Vermaak je jezelf een beetje met de vrouwtjes?” Betrapt zocht ik naar een antwoord en stak alvast mijn boek omhoog. “Het is een ander soort boek,” zei ik. “Vrouwen komen er maar weinig in voor. Het gaat over de wereld in de negentiende eeuw, over mannen met macht.” Hij lachte, opvallend hartelijk. “De wereld op z’n kop, neem ik aan,” schamperde hij. “Geniet ervan, kerel!” Hij knipoogde en veerde verder op zijn dikke zolen. Ik richtte mijn ogen weer op mijn boek en zag dat ik het op z’n kop vasthad.
terug

met

een

accent