Kuisen met Gwendolien -1-

- 15 January 2018 door Edwin Timmers -

"Mocht de wereld vergaan, dan ruimen wij haar op." Zo verkoopt mijn baas zichzelf en ons. Hij zet graag hoog in. Ik werk de ene dag alleen en andere dagen met Mahmoud of Erik, net wie van hen op die dag staat ingeroosterd. Interieurverzorgers heten we officieel, terwijl iedereen weet dat we gewoon schoonmaken en dus eigenlijk schoonmakers zijn. Ik las ooit een stukje over een kunstenaar die zijn verstand verloor in zijn zoektocht naar het schone. Wij hoeven niet te zoeken. Noem mij gerust een schoonmaker.


We ruimen echt alles op, ook als de wereld er nog is. Ik kom op plekken waar mensen zich hebben gedragen alsof de wereld zou vergaan. Glasschade, stoelen aan gort, braaksel op het behang, rondslingerende onderbroeken – die ik automatisch in verband breng met specifieke vlekken op het zitvlak van gestoffeerd meubilair. Feesten voor beesten. Zelfs een varken heeft meer fatsoen. Maar eerlijk gezegd maakt het mij niet uit. Hoe groter de rotzooi, hoe schoner het resultaat. De fooi is er doorgaans ook groter, meestal toegestoken door een persoon die mij of Mahmoud of Erik niet in de ogen durft te kijken. Zwijggeld feitelijk. Mij zullen ze niet horen, ze doen maar.

Ron, mijn baas, erkent mijn kracht en zet me bij voorkeur op opleveringen van nieuwbouw of ingrijpende verbouwingen. Flink aanpoten, maar daar loop ik niet voor weg. Ik zie graag nieuwe dingen. Het leuke van opleveringen is dat er altijd nog wel een schilder of een timmerman de laatste hand aan het een of ander legt. Trots volk, die bouwvakkers. Poeslief tegen opdrachtgevers, uit de hoogte tegen mij en mijn collega’s. Maar dat begrijp ik, je maakt mij niks wijs, ik weet hoe men neerkijkt op interieurverzorgers. Je moet mensen de tijd geven. De meeste bouwvakkers draaien snel bij als je de juiste dingen zegt. Laat dat nou net een liefhebberij zijn, de juiste dingen zeggen.

Een timmerman stond een wand op te schuren. De opdrachtgever vond het fineer te ruw. Hier, voel zelf maar, had ze tegen de interieurbouwer gezegd, als je eroverheen wrijft, is het net of er overal splinters zitten. Ik stond vlakbij – ik stak stucbrokken van een kozijn. Toen de opdrachtgever op hoge hakken de hoek om was, zei ik tegen de interieurontwerper en zijn timmerman dat het ruwe vanwege het harige karakter juist goed past bij de tapijttegels op de wand een paar meter verderop. Het maakt het licht zachter, vulde ik mezelf aan. De twee mannen keken me hologig aan omdat ze mijn opmerking niet met mijn bedrijfstenue konden rijmen. Later die middag haalde de timmerman koffie voor me en vertelde over zijn jongste dochter die verkeerde vrienden bleek te hebben. Verkeerde vrienden worden waarschijnlijk schoonmaker, troostte ik.

terug

de

juiste

dingen

zeggen