Met of zonder kluit

- 22 December 2017 door Edwin Timmers -

Het ergert me dat ik diep van binnen toch van die vermaledijde kerstsfeer houd. Vertel het alsjeblieft niet tegen anderen, want dat zou me als verstokte kerstkankeraar volstrekt ongeloofwaardig maken.
Ik doe niks aan voorbereidingen. Het huis waar ik woon verandert zonder mijn inspanningen in een decor voor een Disney-kerstfilm, je weet wel, zo'n familiefilm waarin ogen permanent nat blinken, aanvankelijk door verdriet, tenslotte van geluk. Lichtslingers van kunststof dennentakken. Prachtig. Een echte diknaaldige blauwspar vol met puntige lichtjes. Heerlijk. Glimmende ballen van zilver, beeldjes van zwaaiende dikke kerstmannetjes, hohohomutsen, spuitsneeuw op de ramen, kerstrozen op tafel en stoofpotjes op het vuur. Ik smul ervan.

Ik hoef geen den of spar in de tuin. Met of zonder kluit, de dennenboom leg ik als ik daartoe de opdracht krijg op het trottoir. En dat vind ik dan weer wel wonderlijk: die boom is diezelfde dag nog weg – spaart iemand die karkassen? Gelukkig is het zover nog niet. Gisteren is de boom geplaatst, een sterk ding, dat zie ik, die gaat lang mee zonder al te veel naaldverlies. Ik zat te typen in mijn kamertje en hoorde een bal, pats, kapot vallen. Een fijn geluid, dat me ieder jaar vertelt dat het optuigen is begonnen. Om polshoogte te nemen liep ik naar beneden en stelde vast dat het optuigen inderdaad was begonnen. Mijn vriendin had zweet en reageerde niet toen ik vrolijk zei dat ik een bal uiteen had horen spatten. Ik ging weer naar boven, aan de arbeid, zoals jullie weten, aangezien ik het beleg op ons brood verdien met typewerk.

Met of zonder kluit, alles loopt uit op een discussie als je tergend lang op elkaars lip gaat zitten. Kerstdagen zijn niet vooruit te branden. Maagzuur ja, dat brandt, en hoe, op derde kerstdag, die ongewenste uitloper omdat twee dagen te kort zijn om alle vreetpartijen af te lopen. Op derde kerstdag kijk in de spiegel en groet mijn spiegelbeeld vriendelijk alsof ik een vreemde zie. Ik houd me niet in met kerst en alle dagen die erop preluderen, vooral niet wat betreft drank. Ik ben het verplicht aan mijn kinderen om na de kerst nog onder hen te zijn. Zonder drank zou me dat niet lukken, maak ik me niet geheel onterecht wijs.

Met of zonder kluit, voor beide is iets te zeggen, wat zeg ik, voor beide is veel te zeggen. Tegen de tijd dat ik dronken ben, wat meestal al vroeg is, heb ik in de smiezen wie voor en wie tegen de kluit is. Ik pik mijn slachtoffer en zet me schrap na hoog ingezet te hebben. Een kluitaanbidder beschuldig ik van hypocrisie, want waarom haal je een boom uit zijn natuurlijke habitat om hem in je huiskamer te laten verkommeren. Gun je een boom een goed leven, laat hem dan staan waar hij staat. Kluitaanbidders, zeg ik dan, sussen hun geweten met de gedachte dat ze een boom redden door de kluit te sparen, wat hen niet zal lukken, het schepsel gaat er onvermijdelijk aan. Wat betekent de kerstgedachte nog als je een schepsel opoffert aan jouw plezier? Een kluittegenstander die me bijvalt, pak ik aan met het argument van onverschilligheid voor al wat leeft. Sowieso, tier ik, maakt iedere kerstboom, met of zonder kluit, duizenden insecten dakloos, jawel, dat las ik ergens, ik kan het bewijzen.

Mijn vriendin en mijn kinderen zijn toe aan vakantie als de kerst voorbij is, maar stellen niet voor om daadwerkelijk op vakantie te gaan, bang als ze zijn dat ik hen vergezel. En dan komen de drie koningen en is het gedaan met de kerstsfeer. Alleen het langer worden van de dagen maakt het verlangen ernaar draaglijk. De zon is mijn lief, de kerstsfeer mijn concubine.
terug

lichtsingers

van

kunststof

dennetakken