Oneindig reizen

- 28 June 2017 door Edwin Timmers -

De huur opgezegd, vertrokken, de inboedel verkocht en allebei ontslag genomen. "We hebben bijna niks meer nu," zegt een van de twee reislustige jongelui waarmee ik aan tafel zit. Sinds een half jaar woont hij bij zijn ouders en zij bij de hare. Over een kleine maand stappen ze in hun Spaanse replica-Land Rover Defender om vandaaruit voor onbepaalde tijd de wereld te verkennen.
Een naam, een adres en een onderwerp: heel veel meer heb ik niet als ik eropuit trek voor een interview. Niemand vertelt me wie er straks voor me zit. Niemand kan me dat vertellen. “Je zult het zien!” En zo gaat het. Interviewen is als experimentele mijnbouw in den vreemde: je weet nooit wat je naar boven gaat halen, uit de mensen tegenover je, en uit jezelf.

“Ik was gelukkig in ons appartement en had fijne collega’s en fijn werk,” zegt zij. “Waarom zou ik dat alles achter me laten?” Hij toont me ondertussen een foto van de auto. Voorlopig zal deze auto hun wereld zijn. Deze wereld is tot in de kleinste details doordacht. Een zonnepaneel op het dak en water voor een week in een vat.

Zij: “We zijn allebei ontzettend nieuwsgierig.”
Hij: “De wereld is te mooi om op een plek te blijven.”
Zij: “We weten niet waar we de volgende dag zijn.”

Ik ben onder de indruk en vraag me af of hun nieuwe leven het mijne zou kunnen zijn. Het antwoord is er sneller dan ik verwacht: nee. De huur opzeggen, vertrekken, inboedel verkopen en ontslag nemen: dat zie ik wel zitten. Maar voor onbepaalde tijd een auto als terugvalbasis hebben, brrr, dat beklemt me.

Zij wil in onbekende natuur zijn en mensen ontmoeten: “Ik wil meedansen in het ritueel van een kleine stam.” Ik vraag haar of ze uitziet naar onverwachte ontmoetingen met mensen die heel anders in het leven staan. Ze lacht en zegt dat ze dat wil. Ik zeg haar dat me dat zojuist is overkomen.

Surplace globetrotten, dat is interviewen, een aanspraak op het inlevingsvermogen, de fantasie. De jongelui voor me globetrotten nog een maandje surplace en zetten daarna hun lijf in. Zij gaan voor de grote reis en ik blijf reizen in het klein. “Mag ik jullie nog een keer appen? Hoe het met jullie gaat en zo.”
terug

het

onbekende

verkennen