Stijlloos

- 25 September 2017 door Edwin Timmers -

Knuppels die weerloze ouderen geld aftroggelen. Hun gedrag vinden we ongepast en onacceptabel. Wil je dergelijk gedrag met een mooi woord duiden, noem het dan stijlloos en iedereen zal instemmend knikken. Hoe mooi ook, stijlloos heeft een negatieve bijklank. Maar het woord zegt meer.
Popjournalisten vinden het een pre als ze de muziek van een bepaalde artiest nergens mee kunnen vergelijken. “Volstrekt uniek!” roepen ze dan. Dat treft, want de meeste artiesten willen door hen ook niet in een hokje gestopt worden. Toch noemt de journalist de ‘volstrekt unieke’ artiest nooit stijlloos.

Een nieuwe stijl moet ergens beginnen. Toch kan een nieuwe stijl pas herkend worden als er navolgers (epigonen) zijn. Iets unieks is nog geen stijl. Of toch wel?

Een mooi voorbeeld is de electronic dance music (EDM), kortweg dance. Deze muziek bestond in de jaren zestig van de vorige eeuw nog niet. Dansmuziek bestond natuurlijk al wel, net als elektronische muziek. In de zeventiger jaren ontstond disco uit soulmuziek. Technische innovaties zoals de sampler en de drummachine puurden de beat uit de disco en maakten het ontstaan van electronic dance music mogelijk. Vroeg in de tachtiger jaren was een nieuwe stijl geboren. Toch is deze nieuwe stijl niet op het conto van slechts één artiest te schrijven.

Elke ‘unieke’ stijl draagt sporen van voorgaande stijlen in zich. Elke popartiest begint met wat er voor hem is gedaan. Vernieuwers voegen iets toe aan het oude brouwsel. Dat is het hoogst haalbare. Dit betekent dat de meeste artiesten voor een groot deel wel in een hokje te stoppen zijn. Het is aan de popjournalist om met zijn kennis en luisterervaring uit te maken wat er nieuw aan is.

In de vijftiger jaren stak in de architectuur het postmodernisme de kop op. Simpel gezegd werden in het postmodernisme alle stijlen op een hoop gegooid, zonder onderscheid tussen hoge en lage cultuur. Sommigen vonden het stijlloos, want als je uit zoveel stijlen put, dan heeft het resultaat geen eigen gezicht en is het dus stijlloos. Samengevat een eigenaardige argumentatie: veel stijlen = stijlrijk = stijlloos in postmoderne context.

Het postmodernisme stuitte op meer weerstand. En dat hoort ook zo. Toch heeft het in de architectuur veel fraais opgeleverd. In het interieurontwerp werkt deze ‘stijl’ nog altijd door. Ik denk dat dat ook te maken heeft met de huidige focus op hergebruik, wat letterlijk een adoptie van voorgaande stijlen is. Oude stijlelementen lichten op in een nieuwe context. Volgens mij begrijpt Tribe heel goed hoe dat werkt.
terug

stijlloos

en

volstrekt

uniek