Stof tot nadenken

- 19 December 2017 door Edwin Timmers -

Het pitje in de schemerlamp was stuk. Om erbij te kunnen, schroefde ik het beschermplaatje van transparant plastic eraf. De schroevendraaier en drie schroefjes legde ik bij elkaar op het dressoir. Terug van de winkel stak ik het nieuwe brandertje meteen in de fitting. Hierna wou ik het beschermplaatje terugplaatsen, maar miste een schroefje. Het lag niet op de grond, dus ik trok het dressoir van de muur.
De voorkant van dit meubelstuk is tot aan de vloer dicht. Stof kan er daarom alleen via de smalle spleet tussen de achterkant en de muur onder terechtkomen. En stof lag er, zo’n zachtgrijze waas. Verder vond ik er twee knikkers, een tiental insectenharnassen en een schroefje. Stof is bijzonder spul. Als je het bijeen veegt ontstaat er een zachte, grijze, viltachtige prop. Een mengsel van haren, spinrag, huiddeeltjes en andersoortige partikeltjes die langzaam neerdwarrelen. Als je het niet ziet, heb je er geen last van. Ik zag het pas toen de lamp stuk was – of eigenlijk, toen ik het schroefje van die lamp zocht.

In een donkere kamer ga je niet stoffen. We stoffen omdat ruimtes verlicht zijn. Dat was ooit wel anders. Mijn gedachten dwaalden af naar een mooie passage over de komst van elektrisch licht in het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak.

“Als jongens hadden ze het nieuwe licht zien komen, de overgang van petroleumlamp naar elektriciteit, huis na huis, boerderij na boerderij, ’s avonds opeens oplichtend in een ongekende helderheid, de één na de ander. Moeders die alles gingen verven en schoonmaken omdat het nieuwe licht zoveel meer onthulde.”

De laatste zin fascineert me nog steeds. Met de komst van elektrisch licht werd de schoonmaak een grotere klus. De schoonmaakbranche is feitelijk een bijeffect van kunstlicht. Dit doet me denken aan het fenomeen douchecultuur. Hoe gewend we het ook zijn, douchen met warm water is niet van alle tijden. Eerst moet er een gasnet zijn, en natuurlijk een waterleidingnet. In 1957 kwam de eerste Waterleidingwet tot stand en drie jaar later was zowat heel Nederland voorzien van kraanwater. In 1959 leidde de aardgasvondst bij Slochteren tot het besluit om geheel Nederland aan te sluiten op aardgas. Vier jaar later begon de distributie van het aardgas. Hierna kon de douchecultuur ontstaan.

Maar we hadden het over licht. Met de komst van het kunstlicht, zegt Geert Mak, gingen moeders ook verven. Dit betekent dat elektrisch licht algemene aandacht voor verfraaiing van het interieur genereerde. Plots waren vergeten hoeken in huis niet meer donker. Men zag ze en wou er iets mee. Interieur en verlichting trokken vanaf toen samen op. Huizen werden moderne pronkkamers, het interieur een verlengstuk van de persoonlijkheid. Het mocht, nee, moest gezien worden, en dat kan maar op een manier.

Verlichting is belangrijk, zegt Tribe in het fraai vormgegeven e-paper ‘Tien tips voor een top interieur’, dat elders op deze website via een enkele muisklik is te downloaden. “Belangrijk, maar kan behoorlijk in de papieren lopen. Het is dus zaak om creatief te zijn.” Kaasje voor Tribe.
terug

kaasje

voor

Tribe