Vetluis 4

- 07 July 2017 door Edwin Timmers -

Neel klemt een kegelvormig feestmutsje achter de foto van haar dochter. Ze is vandaag jarig. Dolf steekt zijn duim op. Vanaf een kruk vlakbij het gangetje naar de toiletten bedient een gedrongen man de gokkast. "Shit!" vloekt hij en ramt de knoppen met zijn vuist. "Mag ik een colaatje, Neel"
“Marcus was stoned! Oh man, wat was die stoned,” zegt Dolf. Neel lacht en schenkt een cola voor de gokker in. “Hij was al gespannen toen hij instapte. Telkens sloeg zijn stem over.”
Neel zet de cola op een blad en loopt achter de bar vandaan. Dolf volgt haar met zijn ogen en praat ondertussen verder: “Om mijn visplek te bereiken moesten we een paar honderd meter door het riet, lopend. Hij deed heel nerveus, erg schrikkerig. Maar goed, tentje opgezet, hengels uitgegooid en jointje gedraaid. Had ie helemaal geen probleem mee. Had ik niet verwacht. Hij trok eraan als een bezetene. Pfffoei! Daar ging ie!”

Janine stapt binnen en neemt plaats naast Dolf. “Proficiat, Neel,” zegt ze ter begeleiding van de knik naar de versierde foto. “Hoe oud is ze nu?” Chantal is zeventien, op de foto zestien.

“Toen ik dus die karper aan de haak had, sloeg bij Marcus de angst om zijn hart. Nee, riep hij, niet ophalen, weg, weg! Niet dus. Ik laat een karper niet gaan, ik haal ‘m gewoon op. Toen ik de vis met een tik op de kop naar de andere wereld hielp, kotste Marcus over mijn broek en zette het op een rennen. Verdomme, mafkees.”
De gokker ramt op de kast tot ergernis van Neel. Janine vraagt om een bessen jus. Dolf gaat verder: “Ik erachteraan. Random door het riet, soppend met steeds zwaardere schoenen. Hij liep helemaal vast en begon te schreeuwen als een fokkin kind, krijsen zowat. Ik moest praten als Brugman om hem terug naar de visplek te loodsen. Het was al zo goed als donker moet je weten. Een half uur later en we zouden nu nog in het riet staan, als koude reigers. Ik goot hem snel wat borrels in de keel. Hij verstijfde toen een stel waterhoentjes opvloog. In de tent kroop hij heel dicht tegen me aan. En ik maar praten praten praten, over mijn mooie jeugd en zo. Dingen die ik meemaakte met mijn broers, stoere dingen weet je wel.”
Neel zet een bessen jus bij Janine: “Dat heb je goed gedaan, Dolf. Gaat ’t met hem?”
“Ja,” antwoordt Dolf. “De vrolijkheid zelve. O ja, Janine, o jee, Janineke, heb je het al gezien? De jeugd begint uit je weg te trekken. Kijk hier, een grijze spriet.” Hij haalt een grijze haar van haar schouder. Janine lacht en wrijft door zijn gekleide haarmassa. “O no pretty baby, don’t do that,” zingt hij in het terugdeinzen. Hij trekt de kam uit zijn achterzak.

“Heeft hij een mooie steen op zijn graf?” vraagt Neel.
“Zij, op haar graf, ze was een teef,” corrigeert Janine mild.
“O,” zegt Neel.
“Geeft niet.”

Dolf vraagt naar Janine’s date met de stratenmaker. “Mwah, wel leuk, maar niet echt een succes,” vat ze samen. “Toen hij vroeg wat ik deed en ik zei wiskunde vond ie dat niet interessant.” Janine doceert wiskunde aan de havo. Ze is populair bij zowel de leerlingen als haar collega’s. Janine: “Dus ik zeg ‘vind je het wel interessant als ik zeg dat je me vanavond mag hebben’.”
Dolf: “Heeft hij je gehad?”
Janine: “Opeens wou hij wel dingen weten. Ik vroeg een paar bierviltjes en een pen en begon bij de fundamentals. Over hoe het een bouwwerk is. Dat je niet begrijpt wat hogere wiskunde is, als je het fundament mist.”
De gokker draait zich om: “Dat heb je mij ook ooit verteld!”
De gokker brengt iedere donderdag zo’n anderhalf uur door aan de kast. Hij heeft in maanden niet zoveel gezegd als vandaag.
“Hee Ramon,” roept Dolf, “denk je nu echt dat je het van de gokkast kunt winnen? Want weet je nog: zestig voor Neel, veertig voor jou. Janine rekende het je voor.”
Ramon draait zich weer naar de kast: “Jullie gokken nooit en daarom zullen jullie nooit iets winnen!”

De nootjes zijn op, Neel loopt naar achter. Janine vertelt dat het bouwwerk van wiskunde een metafoor is voor een relatie en dat het bij haar altijd al mis gaat bij het fundament.
“Misschien moet je er iets minder wiskundig in gaan staan,” zegt Dolf.

Neel komt terug met vijf kilo nootjes.
Janine: “Waar is Jacques?”
Dolf: “Weet ik niet. Maareuh, heeft hij je gehad?”
Janine: “Wie? Jacques?”

Neel zet een schaaltje met wat nootjes voor Dolf en Janine op de bar. Dolf neemt er een handvol uit en gooit ze in een boog een voor een in zijn mond. Janine klemt er een tussen neus en bovenlip. Ze steekt haar tong uit en ontspant de bovenlip. Het nootje valt op de tong, die het tussen de malende tandenrijen weer loslaat. Dolfs ogen zijn groot geworden.

“Zeg Neel?” Janine komt iets naar voren: “Neel, gisteren kreeg ik complimenten over mijn billen. Raad eens van wie?”
“Koning Wim-Lex,” raadt Neel.
“Fout! Nog een keer. Zijn naam begint met een dikke G.”
“Verdorie, de smiecht,” roept Neel. Ze slaat met een vuist op de bar. Ramon kijkt eens om. De deur klapt open.

“Sorry mam, dat deed de wind.”

Chantal kijkt over haar schouder en zwaait naar iemand die meteen daarop als een schim voorbij het raam bij de tafel bij het raam trekt.

klik hier voor vetluis 3
terug

5

kilo

nootjes